Een negende en tiende plek. Het is niet bepaald een Ferrari-waardig resultaat, maar het is waar de Scuderia het in Bahrein mee moest doen. ‘Dit was onze baan en ons weekend niet.’

“We wisten van tevoren al dat het een moelijke race zou worden, maar hadden toch gehoopt meer dan slechts wat losse puntjes aan ons totaal toe te voegen”, moet Fernando Alonso toegeven ten overstaan van de Spaanse pers.

Alonso, die de Grand Prix als negende begon, kwam ook in die positie over de finish. “We waren het hele weekend niet goed genoeg”, erkent hij, zoekende naar een verklaring: “In het begin van de race ontbrak er, net als zaterdag tijdens de kwalificatie, vermogen, maar later functioneerde de auto wel weer gewoon.”

“Het is echter overduidelijk dat we niet snel genoeg zijn en aan de bak moeten”, zo draait Alonso er niet omheen. “Mercedes is momenteel oppermachtig en Lewis Hamilton en Nico Rosberg maken geen fouten. Gelukkig hebben we nu echter twee testdagen op de agenda staan, waarin we naar oplossingen kunnen zoeken zodat we hopelijk over twee weken in China terug kunnen slaan.”

Räikkönen
In de andere Ferrari F14 T verging het Kimi Räikkönen niet veel beter. Sterker nog, aangezien hij vóór Alonso van start ging, vanaf de vijfde plek, maakte hij tijdens de race een teleurstellende terugval door.

In gesprek met MTV3 legt Räikkönen uit dat een slechte start zijn lot eigenlijk bezegelde: “Ik had te veel wielspin en kwam slecht weg. In de eerste bocht werd ik door iemand geraakt (door Alonso, red.), waarna Kevin Magnussen me een paar bochten later ook nog hard raakte.”

“Daarna was het een lastig verhaal”, verzucht Räikkönen, die er in het begin van de wedstrijd nog wel ronden lang in slaagde Daniel Ricciardo achter zich te houden, maar aan het eind geluk had dat Jenson Button uitviel, want anders was hij buiten de punten gefinisht.

Net als Alonso kan de Fin dan ook niet anders dan concluderen dat Ferrari zich ‘over de hele lijn’ moet verbeteren, terwijl hij kort kan zijn over het weekend in Bahrein: “Dit circuit lag ons niet.”