Fernando Alonso start de Grand Prix van Monaco vanaf de 24e en laatste plek en bovendien vanuit de pitstraat. De schuld daarvoor moet hij bij zichzelf zoeken. Hij crashte in de derde vrije training.

Alonso had de snelste tijd in handen toen hij de controle over zijn Ferrari verloor bij het ingaan van Massenet en zodoende in de vangrail belandde. Na inspectie bleek er een scheur in zijn chassis te zitten.

Omdat Ferrari de auto niet op tijd kon repareren, moest Alonso – in de eerste twee vrije trainingen de snelste – tijdens de kwalificatie televisie kijken. Bijkomend probleem is dat inhalen in de nauwe straten van Monte Carlo vrijwel onmogelijk is.

“Dit soort dingen gebeuren en er valt weinig aan te doen”, aldus Alonso. “We zien wel wat er nog mogelijk is, maar het is algemeen bekend dat races in Monaco slopend zijn. Ik heb de hoop op punten nog niet opgegeven.”

Alonso heeft in Michael Schumacher een goed voorbeeld. “Hij startte in 2006 eveneens als laatste en finishte alsnog op de vijfde positie. Dat geeft hoop. Hopelijk lacht het geluk me in de race wel toe.”