Het moet in 2021 wel beter gaan met Ferrari dan in 2020. Dat kan ook bijna niet anders. Maar de focus van het beroemde Italiaanse team ligt vooral op 2022, wanneer de nieuwe reglementen ingaan. Dan moet het steigerende paard weer voorop galopperen.

Ferrari was in 2018 en 2019 hard op weg om een serieuze bedreiging te vormen voor Mercedes, maar bleek daarbij trucs te hanteren die niet helemaal conform de regels, of in ieder geval de bedoelingen daarvan, waren. Na protesten van de concurrentie en onderzoek van de autosportbond werden nieuwe richtlijnen ingesteld, waarna Ferrari snel terugzakte. Charles Leclerc haalde vorig jaar nog wel een paar keer het podium, maar dat waren uitschieters in een desastreus seizoen.

Ferrari eindigde slechts op de zesde plaats in het constructeurskampioenschap. Teambaas Mattia Binotto belooft beterschap en stelt dat de opgelopen achterstand grotendeels is ingehaald, maar tempert ook de verwachtingen: “Het gat was groot, dat dicht je niet in één winter.” De auto zal dit jaar ook niet veel doorontwikkeld worden, alles staat in het teken van 2022, wanneer de grote regelwijzigingen ingaan.

Binotto zal daarom ook weer niet bij alle Grands Prix aanwezig zijn en op de fabriek in Maranello in achterblijven om zich op de komende uitdaging te kunnen concentreren. Zolang hij daarvoor de tijd en het vertrouwen van de immer wispelturige directie krijgt althans.