Ferrari stond enkele uren vóór de kwalificatie voor de GP van België nog voor een flinke uitdaging: Lewis Hamilton was in de slotfase van VT3 op de vangrail gebotst, waarna het team alle zeilen moest bijzetten om de SF-26 op tijd rijklaar te krijgen. Uiteindelijk kon Hamilton gewoon deelnemen aan de kwalificatie, al kwam hij niet verder dan de zesde tijd. Mogelijk speelde de crash eerder op de dag daarbij een rol, zo gaf hij na afloop toe.
De monteurs van Ferrari slaagden erin de auto voor de kwalificatie te herstellen, maar Hamilton merkte dat de wagen niet meer hetzelfde aanvoelde als tijdens de eerdere sessie. Ondanks zijn zesde plaats was de Brit tevreden over zijn eigen optreden en stelde hij dat hij alles uit de auto had gehaald. “De jongens hebben geweldig werk verricht door de auto te repareren, en dit soort dingen gebeuren nu eenmaal”, aldus Hamilton na afloop van het zaterdagnummer. “Je moet gewoon verder.”
Alles eruit gehaald
“Ik heb er alles uitgehaald wat ik kon”, verzekerde hij. “Ik denk dat mijn rondetijden best goed waren.” Volgens Hamilton had de spoedreparatie echter wel invloed op de afstelling van zijn auto. Vooral de achterwielophanging zorgde ervoor dat de wagen tijdens de kwalificatie anders reageerde dan in de derde vrije training, waarin hij zich juist competitief voelde.
LEES OOK: Vechten met Antonelli wordt héél lastig, denkt Max Verstappen: ‘Moet in spiegels kijken’
“Er was iets mis met de achterwielophanging, waardoor de balans niet hetzelfde was als tijdens VT3”, merkte de Brit op. “Toen voelde het hele pakket echt geweldig aan. Het team heeft tot het allerlaatste moment gevochten om de auto op tijd te herstellen, en daar ben ik ze erg dankbaar voor”, benadrukte hij tot slot. “Laten we hopen dat de balans tijdens de race nog steeds goed is.”
Lees hier alles over de GP België
De nieuwste editie van FORMULE 1 Magazine is uit! Haal ‘m nu in de winkel of bestel ‘m online, met gratis bezorging in heel Nederland.