Formule 1 duikt elke woensdag voor een Grand Prix in de geschiedenisboeken. Vandaag de vijf meest memorabele edities van de GP van Oostenrijk.

5. 2003
Er lijkt geen vuiltje aan de lucht voor Michael Schumacher, wanneer hij als raceleider de pits in duikt voor zijn eerste stop. Banden wisselen, benzine bijvullen, intussen nog even de helm van Der Michael oppoetsen: de Ferrari-crew is getraind als geen ander. Dat Schumacher de leiding zal behouden, lijkt zeker. Maar dit keer gaat het mis. De tankinstallatie hapert. Er glipt benzine weg uit de mond van de tankslang, die op het hete bodywork van de Ferrari meteen in de fik vliegt. Paniek? Niet bij Schumacher. Onbewogen wacht hij tot de monteurs het vuur hebben gedoofd. Dan rijdt hij weg. Dankzij een inhaalactie op Kimi Räikkönen en een uitvalbeurt van Juan Pablo Montoya heeft Schumacher de leiding een paar ronden later alweer terug. Hij wint de race.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. statistics, marketing Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

4. 2002
Een jaar eerder spelen Schumacher en Ferrari ook een hoofdrol in de race op de A1 Ring. De reden is alleen minder fraai. Schumi’s teamgenoot Rubens Barrichello domineert het raceweekend. Hij pakt de pole position, Schumacher is zes tienden langzamer. Bij de start houdt Barrichello de leiding, waarna hij een comfortabele voorsprong opbouwt ten op zichte van zijn Ferrari-collega. Niets lijkt nog tussen de Braziliaan en zijn tweede F1-zege in te staan. Niets, behalve keiharde stalorders. Barrichello, in zijn Ferrari-jaren duidelijk tweede man achter Schumacher, krijgt in de laatste ronde van teambaas Jean Todt te horen dat hij de Duitser er voorbij moet laten, “voor het kampioenschap”. Vlak voor de finishlijn gaat Barrichello van zijn gas. Schumacher wint, en staat beschaamd de hoogste tree van het podium af aan zijn teammaat. De woede van de Oostenrijkse toeschouwers kan hij er niet mee bekoelen.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. statistics, marketing Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

3. 2016
Nog een klein stukje maar, dan heeft Nico Rosberg zijn derde opeenvolgende zege in de Grand Prix van Oostenrijk op zak. Eén probleem: de banden van de Duitser zijn totaal versleten. Mercedes-teamgenoot Lewis Hamilton heeft minder last van slijtage en hijgt al rondenlang in Rosbergs nek, wachtend op een gelegenheid om de leiding te pakken. Dat moment komt in de laatste ronde. Rosberg komt slecht weg uit bocht één, en Hamilton zet zijn auto er in bocht twee aan de buitenkant naast. Rosberg besluit zijn rivaal geen ruimte te geven. De Mercedessen raken elkaar. Rosberg is de dupe: zijn voorvleugel raakt beschadigd. Hij tuft over de finish – niet als eerste maar als vierde. Hamilton wint. Vóór Max Verstappen, die dankzij het akkefietje een plek opschuift en voor de tweede keer in zijn F1-loopbaan naar het podium mag.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. statistics, marketing Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

2. 1982
Vierendertig jaar eerder mist ook Nico’s vader Keke in Oostenrijk nipt de overwinning. De race op de Österreichring – de bloedsnelle voorloper van de hedendaagse Red Bull Ring – lijkt een makkelijke prooi voor auto’s met turboaandrijving. Die kunnen goed uit de voeten met een circuit dat voor een groot deel volgas wordt gereden. Geen enkele Brabham-BMW, Renault of Ferrari haalt echter de finish. Dus lopen de laatste ronden uit op een gevecht tussen twee auto’s met een doodgewone atmosferische motor: de Lotus van leider Elio de Angelis en de Williams van Keke Rosberg. Aan het begin van de laatste omloop ligt De Angelis 1,6 seconden voor. Die achterstand loopt de veel snellere Rosberg snel in. In de allerlaatste bocht stuurt hij zijn wagen langszij. Langzaam kruipt Rosberg voorbij de Lotus. De finish komt echt nét te vroeg: De Angelis houdt 0,050 seconde over en wint zijn eerste Grand Prix.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. statistics, marketing Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

1. 1999
Mercedes-teamgenoten die met elkaar botsen: het gebeurt in Oostenrijk niet alleen in 2016, maar ook in 1999. Mika Häkkinen en David Coulthard, het rijdersduo van Mercedes-fabrieksteam McLaren, starten de race dat jaar als eerste en tweede. Als de lichten doven, houdt Häkkinen de leiding. Eén bocht later tikt Coulthard hem met een onbesuisde inhaalactie achterstevoren. Häkkinen valt terug naar de laatste plaats. Maar de Flying Finn geeft niet op. Ronde na ronde snijdt Häkkinen door het veld – hij is veruit de snelste man op de baan. Aan het einde van een woeste inhaalrace komt hij als derde over de finish. Ferrari-coureur Eddie Irvine wint de race na een spannend gevecht met Coulthard. Häkkinens topprestatie zal later cruciaal blijken. Zonder de punten voor zijn derde plek, was niet hij maar Irvine aan het einde van het seizoen kampioen geworden.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. statistics, marketing Wijzig uw instellingen om deze content te zien.