Jan Lammers zette in 1980 de vierde tijd op de klokken in de kwalificatie van de Grand Prix van Amerika. Tot aan dit jaar het beste resultaat ooit van een Nederlander. Lammers denkt er met een glimlach aan terug.

Sensatie in de straten van Long Beach, het kwam eerder al even voorbij in de 5 meest memorabele momenten van de Grand Prix van de Verenigde Staten. Op zaterdag 29 maart 1980 stuurde een jonge Nederlander een inferieure ATS naar de tweede startrij voor de Grand Prix van Amerika. Een rookie uit Nederland die de gevestigde orde naar huis reed, daar wisten de koppenmakers in de Amerikaanse kranten wel raad mee: ‘Lammers leaves Ferrari’s red faced’.

Zoete herinneringen
Jan Lammers kan zich de bewuste kwalificatieronde nog goed herinneren.  “De auto voelde goed, deed precies wat ik wilde, ik kon er alles in kwijt. Long Beach was een stratencircuit, vergelijk het maar een beetje met Monaco. De laatste bocht voor start en finish lag op een soort heuvel. Ik ging daar goed doorheen, maar hield op de finishlijn het gas iets te veel open waardoor ik met mijn linker achterwiel de muur toucheerde. Ik schrok een beetje, maar er gebeurde niets, de wagen bleef heel. Bij de volgende doorkomst zag ik op het pitbord ‘P1’ staan. Van opwinding schoot ik zo de escape road op. Pole! Tot tien minuten voor tijd bleef dat zo. Uiteindelijk waren Piquet, Arnoux en Depailler nog sneller”.

lammers-longbeach34

Op de grid mocht Lammers nog hopen op iets moois.

Het was een ongekende prestatie voor een Nederlander. Zo verwend als we nu zijn, vóór Max Verstappen was het decennialang armoe troef wat betreft onze landgenoten in de koningsklasse. Een paar uitschieters van Jos Verstappen daargelaten. Helaas was Lammers’ kans op een droomresultaat in de race al snel verkeken. “Na tweehonderd meter brak de aandrijfas, misschien wel een gevolg van die touché tijdens de kwalificatietraining een dag eerder.”

Prestatie in perspectief
Toch is Lammers trots dat hij met een auto die niet tot de snelste van het veld behoorde dit korte moment van glorie mocht beleven. “Talent hebben is één ding, maar het gaat erom waar je dat talent onder brengt”, aldus de man die zich in de Formule 1 nooit bij een topteam heeft kunnen ontplooien, die na ATS bij Ensign tekende en zichzelf daarmee veroordeelde tot de kleine Formule 1-teams met weinig budget.

“Iemand met talent moet je in een omgeving plaatsen waar hij dat talent kwijt kan. En dat is niet bij een team met een auto waar je maximaal twintigste mee staat op de grid. Ik heb alleen nooit de arrogantie gehad om te zeggen: daar ga ik dus niet rijden. Er zijn drie dingen die nuchter denken in de weg staan: woede, domheid en gretigheid. Dat laatste is op mij van toepassing. Ik wilde te graag. Maar zo was ik, ik wist niet beter. Zie die vierde tijd daarom maar als een statement. Het is een prestatie die mijn talent in het juiste perspectief plaatst.”