Beide Caterham-coureurs kijken met veel enthousiasme uit naar de Grand Prix van Australië. Marcus Ericsson omdat het zijn eerste Formule 1-race is, Kamui Kobayashi omdat hij er zijn comeback viert.

“Ik verheug me er ontzettend op weer in de Formule 1 te racen”, vertelt Kobayashi, die er in 2013 niet bij was, maar denkt zijn Formule 1-carrière goed te kunnen herstarten bij Caterham: “Er wordt hier net zo hard en met net zo veel ambitie gewerkt als bij de andere teams en we hebben een geweldig hoofdkwartier in Leafield, dus er is geen reden om aan te nemen dat het geen goed jaar voor ons wordt.”

Wat de seizoensopener in Melbourne betreft, vindt Kobayashi het echter lastig voorspellingen te doen. “Toen ik hier voor het laatst was, in 2012 met Sauber, werd ik zesde. Dat lijkt me met Caterham nu geen realistisch doel, maar ik denk dat dit een hele interessante Grand Prix kan worden, zeker omdat er een aantal teams zijn die meer betrouwbaarheidsproblemen lijken te hebben dan wij.”

Ericsson
Waar Kobayashi probeert zijn Formule 1-loopbaan een nieuwe impuls te geven, staat teamgenoot Ericsson aan het begin van de zijne. “Ik kan niet wachten tot het raceweekend begint”, laat hij weten. “Ik kijk er echt enorm naar uit om mijn debuut te maken, en dat ik dat ook nog eens in Australië mag doen – een land met veel autsporthistorie en enorm fanatieke fans – maakt het extra cool.”

“Ik heb hier sinds ik met racen ben begonnen naartoe gewerkt, dus het is geweldig dat het nu eindelijk zover is”, vervolgt de coureur die zegt ‘helemaal klaar’ te zijn voor zijn debuutrace, al is er één ding waarop hij zich niet heeft kunnen voorbereiden: “Volgens mij is er niet dat je kan doen om je voor te bereiden op hoe bijzonder het is voor het eerst in de auto te zitten als de lichten op groen springen.”