Na eclatante successen in het WK-rally, DTM, Le Mans, de Formule E en Dakar Rally richt autofabrikant Audi vanaf dit jaar het vizier op haar grootste motorsportproject ooit, de Formule 1. “Ze zoeken altijd een uitdaging: technisch en sportief.”    

München, woensdagavond 12 november 2025. Ze zijn er allemaal, de coureurs (m/v) die Audi in de afgelopen decennia in diverse autosportseries aan eeuwige roem en talloze trofeeën hebben geholpen. In de iconische wagens waarmee ze dat deden worden ze afgeleverd op de rode loper van het evenement waar Audi voor een geselecteerd gezelschap journalisten, influencers en relaties de kleurstelling van de eerste Formule 1-auto ooit, de RS26, zal gaan onthullen.     

De presentatie ziet er gelikt uit: laat dat maar aan Duitsers over. Die houden niet van half werk. Perfectie is ook wat Audi nastreeft nu het vanaf volgend jaar toetreedt tot de meest exclusieve, prestigieuze en kostbaarste autosportserie die er op aarde bestaat. “Een zeer gedurfde stap”, concludeert Allan McNish, sportconsultant bij Audi, voormalig F1-coureur bij Toyota en drievoudig winnaar (met Audi) van de 24 uren van Le Mans.

“Het was makkelijker geweest het niet te doen”, vervolgt McNish, “en gewoon tevreden zijn met de successen in andere kampioenschappen.” Vergeet het maar. “Ik werk al bijna 25 jaar met Audi in allerlei vormen amen. En inmiddels weet ik één ding: ze zoeken altijd een uitdaging, zowel technisch als sportief. Dat zit in de cultuur en het DNA van het bedrijf en de mensen die er werken. De Formule 1 is zonder twijfel de grootste uitdaging ooit. Maar ik denk niet dat iemand onderschat hoe moeilijk het is en hoe sterk de concurrentie daarin is. Dus ja, het is een zeer moedige stap.”

Uitdagend project

McNish kan het weten, heeft recht van spreken. De Schot was een voorname pion in Toyota’s Formule1-programma, begin deze eeuw. Hij ondervond aan den lijve wat er bij zo’n gigantisch en uitdagend project komt kijken. Natuurlijk, zo stelt McNish, zijn er bijna een kwart eeuw later parallellen met dat van Audi, eveneens een grote autofabrikant. “Maar ik denk dat Formule 1 nu, vergeleken met 2002 totaal anders is. Om te beginnen: er zijn geen slechte teams meer. Kijk alleen maar naar het verschil tussen de pole position en de twintigste plaats op de grid: dat is één seconde. Je vecht dus om honderdsten van een seconde, niet tienden. In de jaren 80 was dat nog drie à vier seconden. De concurrentie”, meent McNish, “is nu extreem groot. ”

Een andere factor die meespeelt is volgens de Schot ‘dat de huidige auto’s technisch zeer complex zijn’. “Het kost tijd die te begrijpen en te beheersen. Daarnaast heb je nu een budgetplafond. Bij Toyota destijds was het budget vrijwel onbeperkt. Er wás wel een budget, maar je kon je het overal aan uitgeven – en dat kan nu niet meer. Je moet heel efficiënt en gefocust werken.”

(Tekst gaat verder onder de foto)

Jonathan Wheatley en Mattia Binotto bij het Audi evenement in München (Getty Images)

Wat onveranderd is, is de competitie op de baan. “Alleen is die nóg harder”, gelooft McNish. Hij maakt een vergelijking met begin deze eeuw, toen de verschillen in zijn optiek veel groter waren. “Nu heb je eigenlijk alleen haves. Iedereen hééft, in meer of mindere mate, iets: een budget, capaciteiten en faciliteiten. In 2002 had je haves en have nots. Maar die have nots hebben zich ontwikkeld of zijn opgegaan in andere teams. Daardoor is het niveau nu ongelooflijk hoog. Dat geldt trouwens ook voor de coureurs”, stelt de Schot. “Het niveau van de rijders is beter dan ik ooit heb gezien.”

Ontwikkelingswerk

Met Nico Hülkenberg en Gabriel Bortoleto heeft Audi twee piloten aan boord die het beste van twee werelden vertegenwoordigen. De Duitser is zeer ervaren, goed in ontwikkelingswerk en verstaat de kunst het maximale uit auto’s te halen, de Braziliaan wordt alom beschouwd als een van de grootste talenten van zijn generatie. Met Mattia Binotto (ex-Ferrari) als technisch directeur en Jonathan Wheatley (ex-Red Bull) als teambaas begint de Duitse renstal aan het grote avontuur. De ambitie is in 2030 om de wereldtitel te kunnen strijden.

Wheatley heeft het afgelopen jaar, zijn eerste in dienst van het team, al ontdekt dat de mogelijkheden onbegrensd lijken. “We geloven in elkaar, in het proces en de bestemming”, vertelt de Brit. “Dat heeft dit jaar al geleid tot meer punten, snellere pitstops en zelfs een podiumplaats met Nico in Silverstone. Maar het belangrijkste is dat er  momentum is gecreëerd, die als brandstof voor onszelf fungeert. Je bespeurt de passie en honger, we zien elke ronde als een kans om te leren, als een kans vooruit te komen.”

Transformatie

“Ons project”, meent de teambaas, “is meer dan het bouwen van een team. Het gaat om het vormgeven van de toekomst van ons in de Formule 1. Met talent, visionaire partners en de transformatie van het merk Audi: samen hebben we een idee voor het herdefiniëren van een raceteam. Als de vijf lichten in Melbourne uitgaan, zullen de vier ringen van Audi voor het eerst gaan racen in de Formule 1.”

Een moment, half maart, waar niet alleen Wheatley vol verlangen naar uitkijkt. Voor McNish is het een hernieuwde kennismaking met ’s werelds populairste raceserie. Ditmaal niet in Japanse, maar Duitse dienst. Voor een firma die net zo gedreven, net zo hongerig is zichzelf op de F1-kaart te zetten. “Je ziet aan deze presentatie hier, aan de manier waarop de hoofdontwerper van Audi AG erbij betrokken is dat dit geen motorsportproject is, maar een bedrijfsproject. Ik ken Audi al 25 jaar: ze doen dingen niet half. Als ze iets doen, doen ze het goed. Ze zoeken altijd een uitdaging: technisch en sportief. Kijk, je kunt succes natuurlijk nooit garanderen. Maar je kunt wél garanderen dat je jezelf de beste kans daartoe geeft. Dat begint met de juiste mindset, hard werken, focus, een duidelijke strategie en die vervolgens uitvoeren. Dat is waar we nu staan”, aldus McNish. “Deze presentatie in München is wat dat betreft eigenlijk een trotse mijlpaal. Het is weliswaar nog niet de eerste race, wel een memorabel punt op een lange reis.”

‘Niemand zegt dat het makkelijk is’

Rest nog de vraag of de doelstelling die Audi zichzelf heeft gesteld, binnen vijf jaar strijden om de wereldtitel, een realistische is. Zie Renault, dat sinds de terugkeer in de Formule 1 onder de vlag van dochter Alpine de stap naar de top ondanks ambitieuze uitspraken niet kan maken. “Niemand zegt dat het makkelijk is”, lacht McNish.

“We weten heel goed hoe lastig deze uitdaging is. Maar je moet een doel hebben, focus en ambitie. Anders moet je er niet aan beginnen. Zoals we bij Audi zeggen: doe het goed, of doe het niet. En kijk nou eens naar al die mensen die hier vanavond zijn”, zo wijst hij naar de volle zaal. “Dat is een mix van verschillende afdelingen, van het moederbedrijf, de fabrieken in Neuburg en Hinwil. Bij Audi zijn we allemaal racers: de energie en emotie van het Formule 1-project stroomt door alle afdelingen. Je voelt het gewoon, het tilt het hele bedrijf op.”

Bekijk hier de F1-kalender voor 2026


Niet één, maar twee edities om 2025 mee af te sluiten! Naast het dubbeldikke ‘Jaar van Max’ (124 pagina’s) ligt nu ook het 172 pagina’s dikke FORMULE 1 Jaarboek 2025 in de winkel (of bij je thuis als abonnee). Herbeleef het seizoen met analyses van teams en coureurs, feiten en cijfers en de beste themaverhalen van alle Grands Prix! Mis het niet! (ook online te bestellen, met gratis bezorging in Nederland!)