De woestijn als decor voor de ontknoping in de Formule 1, dat is precies waar ze in het Midden-Oosten elk jaar op hopen. Over de macht (en omvang) van de oliedollars.
Tien jaar geleden lijkt de Formule 1 een tandeloze tijger. Kijkcijfers dalen, fans haken af en races zijn bij vlagen eindeloze herhalingen van hetzelfde Mercedes-feestje. De glitter en glamour vervaagt, spanning verdwijnt. Totdat Max Verstappen rond die tijd op de baan zijn intrede doet. Klopt, als in: hij schudt sinds zijn entree in 2015 al de sport wakker.
Maar waar dat vóór de schermen gebeurt, vindt er áchter de schermen van de Formule 1 vanaf dan op heel ander gebied nog veel meer plaats. In de vorm van oliedollars, als de kurk waar sport in de toekomst op zal gaan drijven.
Hoe zat het ook alweer? Terug naar 2017: Liberty Media neemt begin dat jaar de controle in de Formule 1 over van Bernie Ecclestone. Voor ruim 7 miljard euro (8 miljard dollar op dat moment) kopen de Amerikanen niet enkel een sport, maar de commerciële rechten van een merk dat als slapende reus geldt, met een armada aan onbenut potentieel. Liberty’s missie: de sport moderniseren, verjongen en opnieuw verankeren in een wereldwijd beproefde cultuur van snelheid én spektakel – een combinatie die moet gaan dienen als aanjager voor show en succes.
Acht jaar later is die missie ruimschoots geslaagd. In 2024 telde de F1 wereldwijd zo’n 750 miljoen fans, het gemiddelde aantal toeschouwers op het circuit is sinds 2017 gestegen met 34 procent. De omzet van de sport bereikte al 3,5 miljard euro en sponsorcontracten zijn niet aan te slepen. Neem het Franse luxemerk LVMH: dat betaalt tien jaar lang liefst 144 miljoen euro per seizoen om de sport te sponsoren, meer dan 1 miljard (!) euro in totaal dus voor een decennium.
Keerzijde
Toch kleeft aan dit alles dat de rekening steeds meer en vaker betaald wordt met oliedollars. Het kapitaal dat Liberty Media zo gul heeft aangeboord, komt niet alleen van luxemerken of streamingplatforms, het welt ook op uit de woestijn. Is dat erg? De meningen zijn erover verdeeld. Velen profiteren van de geïnvesteerde oliedollars, van teams en coureurs tot fans, sponsoren en media. Maar kritiek is er logischerwijs ook, op mensenrechtengebied en duurzaamheid bijvoorbeeld.
Liberty zegt de sport te moderniseren en probeert ondertussen samen met de teams en fabrikanten oog te houden voor de grens van het betamelijke. Zo is er veel meer aandacht en ruimte voor persoonlijk welzijn van mensen die in Formule 1 werken en is er oog voor kostenbesparing via de budgetlimiet. Sinds 2021 mogen teams niet meer dan 135 miljoen dollar per jaar uitgeven aan autoprojecten. Dat dwong Ferrari, Red Bull en Mercedes tot discipline en gaf kleinere teams ademruimte. De onderlinge verschillen verkleinden, de competitie werd gezonder. En de waarde van elk team steeg.
Dus zo is er steeds die dunne lijn tussen normen, waarden en financieel en commercieel succes. Neem het grote contrast tussen de boodschap van campagnes als ‘We Race As One’ (gericht op duurzaamheid, gelijkheid en inclusie) en de realiteit van races in landen waar mensenrechten worden genegeerd en bloedhete paddocks vol airconditioning bakken energie verslinden. Juist dus in landen waar oliedollars welig tieren, dollars die onmisbaar zijn geworden voor de sport in de huidige vorm.
Tekst gaat verder na de afbeelding.

Bahrein als eerste
Sinds Bahrein in 2004 als eerste Golfstaat een Formule 1-race organiseerde, is het spel op de wagen. Het circuit werd ontworpen door de legendarische Hermann Tilke, in opdracht van de overheid. Lange tijd was Bahrein vervolgens het decor voor de seizoenouverture van de Formule 1, een unieke eigenschap ter waarde van tientallen miljoenen oliedollars.
Sinds 2009 staat ook Abu Dhabi in de woestijn op de kaart als Formule 1-decor. De stad in de Verenigde Arabische Emiraten wilde ook niet zomaar ‘een race’ zijn. De emirs legden ook hier tientallen miljoenen op het kleed voor iets bijzonders: een exclusieve nachtrace met miljoenenpubliek én de zekerheid van laatste race van het seizoen.
In 2021 kwam Qatar erbij. Eenmalig? Nee, in 2023 kwam er een nieuw pitcomplex voor 300 miljoen (!) euro en een tienjarig contract tot en met 2032 ter waarde van bijna een half miljard euro in totaal. Dit gebeurde met steun van Qatar Airways. En dat bedrijf werd op haar beurt ook titelsponsor van andere Grands Prix. Zo kan het dus dat je bijvoorbeeld in Oostenrijk op het rechte stuk door de jaren heen ineens Qatar Airways als voorname sponsor ziet.
Dat ze in Bahrein als kleine staat al anderhalf decennium succesvol waren met auto- en motorsport en dat Qatar na de MotoGP en het WK voetbal ook Formule 1 aan het portfolio toevoegde, deed ze in Saudi-Arabië jaren geleden ook beseffen dat oliedollars aan sport goed zouden zijn besteed. ‘Sportswashing’ wordt het genoemd: verdiend geld herinvesteren in sport om er zo nog meer geld van te kunnen maken. En de plannen in Saudi-Arabië zijn alles overstijgend.
Pretpark
Binnen een mum van tijd werd in Jeddah een semi-stratencircuit uit de grond gestampt, een spectaculaire avondrace die sinds 2021 op de kalender staat. Gesponsord door Aramco, dat ook wereldwijd toen al sponsor was van de Formule 1. Maar dat niet alleen: Aramco betaalt inmiddels ook tientallen miljoenen dollars aan Aston Martin om als titelsponsor te fungeren van dat F1-team.
Daarnaast willen ze in Saudi-Arabië – dat in navolging van Qatar ook al het WK voetbal van 2023 heeft ‘gekregen’ – ook nog een tweede circuit bouwen. Het is iets dat zijn weerga niet zal kennen. Plaats van handeling wordt Qiddiya City, onder de rook van hoofdstad Riyad. Het circuit krijgt een bocht die 70 meter omhoog loopt, met een totaal hoogteverschil van 108 meter. Het wordt dus een soort pretpark.
Kosten van het project? Ga er maar even voor zitten, want omgerekend in euro’s wordt dat volgens diverse bronnen zo’n 500 miljoen euro.
Wie dit alles op een rijtje zet en dan eens denkt aan hoe ze bijvoorbeeld – zonder overheidssteun – in Zandvoort een Dutch GP hebben weten te organiseren, valt van z’n stoel. Het is een wereld van uitersten, van contrasten. En het is geen wonder dat Europese circuits niet op kunnen boksen tegen het grote geld uit de woestijn. Vraag is alleen in hoeverre Liberty Media en de Formule 1 zich nog meer en vaker willen uiitleveren aan oliedollars.
Geld overstemt alles
Geld, infrastructuur en politieke invloed zijn van alle tijd en alle sporten. De oliestaten gebruiken Formule 1, MotoGP en ook Formule E en Dakar Rally, voetbal, golf en andere sporten inmiddels als visitekaartje voor moderniteit. En als afleidingsmanoeuvre van mensenrechtenschendingen waar tegenstanders nog altijd op wijzen. Of, zoals een oude paddockveteraan het enkele jaren geleden al eens in één zin samenvatte: “De motoren zijn nog steeds luid, maar het geluid van geld overstemt alles.”
Bekijk hier de F1-kalender voor 2026
Niet één, maar twee edities om 2025 mee af te sluiten! Naast het dubbeldikke ‘Jaar van Max’ (124 pagina’s) ligt nu ook het 172 pagina’s dikke FORMULE 1 Jaarboek 2025 in de winkel (of bij je thuis als abonnee). Herbeleef het seizoen met analyses van teams en coureurs, feiten en cijfers en de beste themaverhalen van alle Grands Prix! Mis het niet! (ook online te bestellen, met gratis bezorging in Nederland!)