Zestig jaar geleden debuteerde McLaren als F1-team. Het kende hoogte- en dieptepunten, machtswisselingen, geluk en verdriet. Een portret van een vaste waarde in de koningsklasse van de autosport – het hele verhaal vind je in ons nieuwste magazine en hierbij alvast een klein deel, namelijk over oprichter Bruce McLaren.

Geen heden zonder verleden. Dus om het huidige McLaren-succes – en dat van enkele decennia geleden – te duiden, is een blik op de geschiedenis gerechtvaardigd. En daar hoort één naam bij: Bruce McLaren. Want tegenwoordig mag het dan een ‘Engels’ team zijn, de roots liggen door de oprichter toch echt in Nieuw-Zeeland.

Terug naar 1937. Bruce McLaren ziet het levenslicht. Hij groeit volgens de overlevering op met een broze gezondheid en een ontembare nieuwsgierigheid. Een aangeboren heupafwijking houdt hem lange tijd aan bed gekluisterd. Veel meer dan boeken lezen, tekenen en dromen zit er voor hem even niet in. Maar juist daardoor, zo blijkt later, ontstaat bij de kleine Bruce het verlangen om te begrijpen hoe dingen werken. De interesse in techniek groeit als kool.

Dat hij gaat ontwerpen is één. Dat hij echter ook coureur wordt, is twee. Bruce McLaren blijkt bedreven in beide; hij wordt door velen uit die tijd omschreven als een engineer die ook nog eens snel kon rijden. Het levert een raceloopbaan in Europa op. Daar wordt hij bij Cooper, op 22-jarige leeftijd, in 1959 de op dat moment jongste Grand Prix-winnaar ooit.

Het is een record dat decennia zal blijven staan. Maar belangrijker dan die eerste overwinning is wat mensen dan al over hem weten te melden in de paddock. Namelijk dat hij luistert, dat hij vragen stelt en dat hij ’s avonds nog sleutelt terwijl anderen al lang aan het diner zitten. Bruce McLaren rijdt niet alleen in auto’s, hij blijkt er door bezeten.

Eigen team

Geen wonder dus dat hij in 1963 besluit om zijn eigen raceteam op te richten. Niet uit idealisme, klinkt het vele jaren later. Maar omdat hij, met zijn technische kennis, dacht dat het allemaal veel beter kon dan hij als coureur merkte. Lichter. Slimmer. Doordachter. Zijn kersverse team is in eerste instantie weliswaar klein en de middelen beperkt, maar de visie is groots en helder. Namelijk dat techniek en mens elkaar kunnen versterken.

McLaren gooit vervolgens hoge ogen in het Canadees-Amerikaanse sportscarkampioenschap, beter bekend als Can-Am. De McLaren-bolide blijkt razendsnel, bijna intimiderend dominant. Een oranjegekleurd monster, zie daar de ‘papaja’-link van vandaag de dag. Concurrenten roemen McLaren om de precisie en lef. Maar de grote man achter het succes, Bruce McLaren zelf, wordt er volgens betrokkenen niet anders door. Hij is rustig, benaderbaar, nieuwsgierig. Hij wint graag, dat wel.

Tegelijkertijd is er de eerste Grand Prix in de Formule 1 in 1966, zestig jaar geleden dus. Lang kan McLaren zelf van de koningsklasse niet genieten: op 2 juni 1970 verongelukt de Nieuw-Zeelander op het circuit van Goodwood. Bruce McLaren wordt slechts 32 jaar oud. Nimmer zal hij hebben kunnen vermoeden hoe groot de nalatenschap is van het team dat hij achterlaat.

Bekijk hier de F1-kalender voor 2026


De rest van dit verhaal lees je in de nieuwste editie van FORMULE 1 Magazine! Haal ‘m nu in de winkel of bestel ‘m online, met gratis bezorging in heel Nederland.