Met de eerste races achter de rug, met snellere auto’s dan ooit én de meest uitgebreide kalender aller tijden is seizoen 12 van de Formule E er nu al een om van te watertanden. Toch voelt 2026 als intrigerend tussenjaar voor de inmiddels volwassen geworden raceklasse. Een beschouwing vind je in ons nieuwe magazine – hieronder een preview!
Toen Formule E in 2014 het levenslicht zag, was het vooral een idee. Elektrisch racen in stadscentra, dicht bij het publiek, met duurzaamheid als uitgangspunt. Het was gedurfd, maar vaak rommelig georganiseerd en met geforceerde manieren om het racen spectaculair te maken. Maar relevant? Dat was de klasse van meet af aan, omdat het elektrificatie van de maatschappij volgt en zelfs inspireert.
Twaalf jaar later is Formule E inmiddels niet meer weg te denken van de internationale racekalender. Een concurrent van Formule 1 was het nimmer en zal ook het nooit worden, er is uiteraard maar één koningsklasse van de autosport. Maar concurreren was ook nooit het plan. Het hoeft niet ‘in plaats van’, beide klasses kunnen prima naast elkaar bestaan. Zowel sportief als commercieel is voor beide een markt, een eigen doelgroep ook en daarmee een fanschare.
Kritisch
Formule E groeide als kool in het afgelopen decennium. Van bizar ogende auto-wissels en energiepaniek is geen sprake meer, wel van hoogwaardige techniek, strategie en precisie. Bovendien is het niveau van de rijders toegenomen door de jaren heen. Wie vandaag Formule E rijdt, kan zich nergens verstoppen. Het veld is compact, fouten zijn genadeloos.
Klinkt mooi, maar is er dan niets op de Formule E aan te merken? Heus wel. Het geluid zal nooit iedereen kunnen bekoren en dat gaat na twaalf seizoenen ook niet meer veranderen. Je vindt het leuk of niet. En dat geldt ook voor allerlei manieren om het race aantrekkelijker of spannender te maken, zoals de Fanboost die jaren geleden werd geïntroduceerd en ook dingen als de Attack Mode en ga zo maar door.
De circuits blijven ook onderwerp van kritiek. En terecht. Soms ziet het er ronduit sfeerloos uit en sommige circuits zijn ook echt (te?) smal. En menigmaal zijn races te complex om intuïtief te volgen. De sport vraagt veel uitleg, veel context. In een tijdperk van snelle consumptie is dat een risico. Formule E vraagt geduld. Aandacht. Begrip. En dat mag dan een bepaalde groep autosportliefhebbers trekken, veel anderen stuit het juist tegen de borst.
GEN4
De auto maakt misschien een en ander goed. Want eerlijk is eerlijk: die is bloedsnel op de eerste meters en nog altijd sneller op dat vlak dan een Formule 1-auto. In 2025-2026 wordt gereden met de GEN3 Evo, een doorontwikkeling van de GEN3-auto die sinds 2023 wordt gebruikt. Voor de liefhebbers: dit seizoen is er tot 350 kW vermogen in racemodus, vierwielaandrijving bij kwalificatie en Attack Mode, meer dan 600 kW regeneratiecapaciteit en volledig brake-by-wire zonder hydraulische achterremmen.
Vrij vertaald: de auto is lichter, agressiever en sneller dan ooit. Het zorgt voor een intense strijd op de baan, maar toch is het slechts een overgangsjaar. Want naast de baan gaat het vooral om de ontwikkeling van de GEN4-auto voor de seizoenen die volgen. Teams en coureurs racen voluit, maar ontwikkelen met beleid.
Bekijk hier de F1-kalender voor 2026
De rest van dit verhaal lees je in de nieuwste editie van FORMULE 1 Magazine! Haal ‘m nu in de winkel of bestel ‘m online, met gratis bezorging in heel Nederland.