Lewis Hamilton denkt dat de titel wel eens door zijn vingers kan glippen door zijn slechte starts. Mercedes-teamgenoot en titelrivaal Nico Rosberg denkt dat de starts niet zó belangrijk zijn.

Coureurs spelen dit jaar zelf weer een grotere rol bij de start. Nadat medio 2015 al regels werden ingevoerd die het teams verbieden coureurs informatie over het instellen van de koppeling te geven terwijl ze naar de grid rijden.

Daarnaast hebben coureurs sinds begin 2016 ook nog maar één koppelingshendeltje op het stuur om mee te starten, in plaats van twee. Dat maakt het gevoel in de vingers (en van de voet op het gaspedaal) daarbij ook belangrijker.

Volgens Hamilton zijn de starts als gevolg ‘minder voorspelbaar’, al vindt hij dat niet bepaald een pluspunt: “Niet echt”, mompelt hij. “Want als je naar mijn seizoen kijkt, kan ik de titel wel eens verliezen door mijn starts.”

“Ik heb dit jaar al veel poleposities gehad, maar dan vervolgens toch bij de start de race verloren. Je doet tijdens een weekend dan alles goed, maar de eerste, pak ‘m beet, twee seconden beslissen de race dan.”

In Australië, Bahrein, Spanje en Italië pakte Hamilton pole, maar wist hij door een slechte start of incidenten in de eerste ronde – zoals de botsing met Rosberg in Spanje – de race vervolgens niet te winnen.

Rosberg
Nico Rosberg is het met Hamilton eens dat de starts tegenwoordig lastiger zijn, maar is het niet eens met de suggestie dat ze beslissend zullen zijn voor het kampioenschap.

“Ze hebben er natuurlijk zeker invloed op, maar de starts zijn gewoon één van de vele factoren. Ik vind het niet iets dat er nu uitgelicht moet worden”, zegt Rosberg.

Volgens de Duitser zijn de starts wel iets waar Mercedes continu aan moet blijven werken, net zoals hijzelf: “Het vereist veel aandacht, want het blijft een uitdaging voor ons.”

“Ik heb wel een aantal goede starts gehad, maar heb ook zeker mijn problemen gekend”, stipt hij bovendien aan. “Ik verloor de races in Hongarije en Duitsland immers doordat mijn starts daar niet optimaal waren.”