*

Het Startnummer: 7

Daan de Geus

Daan de Geus

7 januari 2018 13:00

Het Startnummer: 7
Sutton Images

In de rubriek ‘het startnummer’ pakt Formule 1 voor elke dag van de maand januari het bijbehorende startnummer erbij. Aan de hand daarvan diepen we herinneringen op en/of laten we onze gedachten de vrije loop over bijbehorende coureurs, teams en momenten.

“Ik zou er een boek over kunnen schrijven”, verzuchtte Michael Andretti zelfs twintig jaar later nog, in 2013, terugblikkend op zijn mislukte Formule 1-avontuur in 1993. Hoewel er veel verhalen over het startnummer 7 te vertellen zijn, is dit dat van Andretti. Het bijbehorende boek is er nooit gekomen, maar als het er zou zijn, zou het eerste hoofdstuk beginnen op 10 september, 1992 – net voor de Grote Prijs van Italië. De dag dat McLaren Andretti aankondigde voor 1993.

Zelfs advies van vader Mario kon Michael Andretti niet helpen.

De Amerikaan, 30, de zoon van de grote Mario Andretti, had in 1991 het Indycar-kampioenschap gewonnen en was in eigen land een ster. Het was tijd voor de Formule 1. Als teamgenoot van drievoudig wereldkampioen Ayrton Senna. Al tekende Senna pas een week voor de seizoensopener in Zuid-Afrika een ‘rollend’ contract: hij werd per race ingehuurd, zijn gage naar verluidt 1 miljoen dollar per Grand Prix.

Was Andretti’s boek een jongensboek geweest, dan zou het hoofdstuk over zijn begin in de koningsklasse als een succesverhaal lezen. Het tegendeel was waar. Terwijl Senna tweede werd in Zuid-Afrika, zijn thuisrace won en een legendarische overwinning pakte op een verregend Donington, botste Andretti bij zijn debuut met Derek Warwick, was hij in Brazilië bij een startcrash betrokken en spinde op Donington van de baan. De kritiek en geruchten namen toe. Andretti zou niet hard genoeg werken, te vaak thuis in Amerika zijn. De 1993-auto’s, vol technische hulpmiddelen, zouden hem te complex zijn. Hij zou te agressief rijden, alsof zijn McLaren een Indycar was. Terechte kritiek of niet, de resultaten bleven uit. De pech bleef wel komen, de botsingen en crashes eveneens.

De nodige pech en een reeks crashes deden Andretti’s reputatie in Europa – en bij McLaren – geen goed.

15 september, 1993 – net na de Grand Prix van Italië. Wie 25 jaar later Andretti’s boek zou pakken, had hij het geschreven, zou dat bovenaan het laatste hoofdstuk zien staan. Het was de dag waarop McLaren hem aan de kant zette, drie dagen nadat hij met een derde plek op Monza zijn beste resultaat had geboekt. Het was too little, too late. Andretti keerde terug naar Amerika, naar de Indycars. Hij vervolgde er een carrière die een boek op zich waard is, waarin zijn Formule 1-avontuur slechts een hoofdstuk – of een voetnoot, zoals hij misschien liever zou zien – waard is.

In Europa liet Andretti de McLaren met nummer 7 voor de laatste races achter aan de talentvolle reserve Mika Häkkinen. Hij was aanvankelijk McLarens alternatief indien Senna niet bij zou tekenen, maar kreeg nu alsnog zijn kans. Naast Senna, die hij in de kwalificatie in Estoril verrassend versloeg, al spinde Häkkinen uit de race. Een race later stond Häkkinen echter op het podium, in Japan, terwijl hij letterlijk en figuurlijk vloog in Adelaide, tot een remprobleem hem stopte. Met het sluiten van het Formule 1-boek voor Andretti, begon voor Häkkinen een nieuw hoofdstuk bij McLaren, het team waar hij in de jaren daarna geschiedenis mee zou schrijven.

Häkkinen ‘The Flying Finn’ in actie op Adelaide.