Ik was gewaarschuwd, voordat ik naar Zuid-Korea vertrok. Degenen die er vorig jaar waren, hadden het er namelijk nog steeds over.

 

Veel deugde er niet aan de eerste Grand Prix van Zuid-Korea, volgens die berichten. Hotels waren peperduur, vies en als je pech had werd je kamer in jouw afwezigheid verhuurd voor beoefenaars van betaalde liefde. Er was nauwelijks iets fatsoenlijks te eten te krijgen en het circuit lag ergens in een schier onvindbare Bermudadriehoek van scheepswerven, fabrieken en een desolaat niemandsland. Hoewel ik die berichten met een korreltje zout nam, hield ik toch rekening met een niet al te comfortabele week.

Eerst over dat zogenaamde niemandsland, een uitdrukking die alleen gebruikt wordt door mensen die kennelijk nooit de stad uitkomen en bij het verlaten van de bebouwde kom bang zijn dat ze over de rand van de aarde zullen vallen. Vanuit het mediacentrum hebben we uitzicht over en uitgestrekt rijsveld en een rivier. Aan de horizon ligt een bergketen. 

“Moet je kijken, er is hier niks!”, riep een journalist ontzet uit toen hij donderdag op het circuit aankwam en de adembenemende schoonheid van het landschap ontwaarde. “Waar zijn we in vredesnaam?” Hij kreeg volop bijval. Zelfs van sommige coureurs, die vonden dat er ‘wel erg weinig mensen wonen hier’. Is het misschien in hen opgekomen dat niet in elk land de mensen massaal komen opdraven als de heren Vettel of Hamilton ergens rondlopen op een doordeweekse dag?

Om vanuit Seoul in de buurt van het circuit te komen, moet je eerst drie uur reizen met de trein. Menigeen vroeg zich na deze ontbering hardop af waarom er geen stratenrace in Seoul was, in plaats van in dit afgelegen oord. Het getuigt van arrogantie en egocentrisme om te veronderstellen dat een organiserend land als voornaamste doelstelling heeft dat de coureurs en de internationale pers na aankomst op het vliegveld met een taxiritje van twintig minuten ter plaatse zijn.

Je afvragen waarom de Grand Prix van Zuid-Korea niet in Seoul wordt gehouden, is hetzelfde als afreizen naar Engeland, landen op Londen Heathrow en dan verbaasd zijn dat je vanuit de terminal niet rechtstreeks kunt doorlopen naar de paddock van Silverstone. Dat circuit ligt, net als bijvoorbeeld de Nurburgring, ook op het platteland en daarvan zegt toch ook niemand dat het ‘te ver’ is? Integendeel, beide circuits staan erom bekend dat ze ‘prachtig gesitueerd’ zijn. Wat is dan het verschil?

En dat eten, tja. Alles, tot de straatnaambordjes aan toe, is hier in het Koreaans. De menukaarten dus ook, maar met wat gebarentaal en hulp van plaatjes is het heel goed mogelijk iets te bestellen dat in grote lijnen overeenkomt met je keuze. En wie boos is dat de receptionist van zijn hotel het niet begrijpt als je in ordinair Cockney-Engels schreeuwt dat je de ‘fuckin bus stop’ zoekt, moet misschien lekker in het mediacentrum van Brands Hatch gaan zitten om daar met je mates te klagen over de parkeerplaatsen of zo.

Gisteren hoorde ik iemand zeggen dat de mensen het hier ‘niet begrepen’ hebben. Nee, dacht ik. Jij hebt het niet begrepen.