In Hockenheim hadden we het met de FIA aan de stok, in Hongarije was het team zelf de boosdoener. Dat klinkt nogal heftig, maar ik heb er op dit moment gewoon nog te veel de smoor in.


Ik zal bij het begin beginnen. In Duitsland werd ik dertiende. Niet echt een fantastisch resultaat, denk je bij die uitslag, maar voor mij was het een geweldige race. Misschien wel de beste van het jaar. Ik heb mensen ingehaald, kon meestrijden: had dus écht het gevoel dat ik meedeed. De domper kwam toen ik bijna thuis was. Een journalist belde me op voor een reactie op onze diskwalificatie. Ik wist van niets. Wat bleek nou? De FIA had onze wagens afgekeurd en gediskwalificeerd vanwege een té flexibel achtervleugelelement.

Ik weet wel hoe het komt. Er staan altijd een paar officials van de FIA bij ons in de garage, om de boel in de gaten te houden. Kennelijk hebben ze gezien dat wij op de vrijdag in Hockenheim onze achtervleugel gewisseld hebben. We hadden wat haarscheurtjes gevonden, vandaar dat we van vleugel moesten veranderen. Met die hype rond de flexi-wings zullen ze wel gedacht hebben, nu pakken we ze. Onzin natuurlijk.

Ja, er zit inderdaad beweging in, maar het was verre van flexibel. Er was ook geen sprake van materiaalmoeheid, zoals al gesuggereerd werd. Het materiaal was gewoon niet sterk genoeg. De constructie was niet goed, dus hebben we dat voor Hongarije veranderd. En als het inderdaad een flexi-wing was geweest, dan waren we niet eens in Hongarije geweest. Dan word je zonder pardon van deelname uitgesloten. Waar hebben we het bovendien over? Die flexi-wing werkt bij ons niet eens.

Ja, dat is misschien raar om te lezen, maar ook wij hebben geprobeerd wat het voordeel is van een flexibele vleugel. Het zou wel raar zijn als we dat niet hadden gedaan, want de helft van het veld rijdt ermee. Wij werden er echter alleen maar langzamer door. Om het goed te doen kost het je als team natuurlijk miljoenen. Miljoenen om de juiste flexi-wing te ontwerpen en miljoenen om het zo te maskeren dat de FIA het niet in de gaten krijgt. Dat geld hebben we niet, dus vandaar dat we gewoon – zoals het hoort – legaal rondrijden.

Ondanks die mindere middelen proberen wij er als team ook alles uit te halen. Dat hadden we in Hongarije natuurlijk moeten doen. Van zulke idiote omstandigheden moet je profiteren. Wij hebben helaas verzaakt.

Het team heeft mij teleurgesteld. Ze hebben tegen mijn wens in andere banden onder de auto gemonteerd, waardoor ik enorm veel tijd verloor. Maar het team heeft niet als enige steken laten vallen. Ik heb zelf ook fouten gemaakt en verdien dus eveneens niet de schoonheidsprijs.

De conclusie is dat de combinatie MF1 Racing en Christijan Albers in Hongarije niet zo goed was, als die had kunnen én moeten zijn. En dat komt hard aan. Dit was een gemiste kans. Net als in Monaco, waar we zo sterk waren dat we een punt hadden moeten scoren. Hier was ook zo’n zeldzaam kansje.

En dat zijn wel van die dingen, die juist voor mijn toekomst in de Formule 1 zo enorm belangrijk zijn. Ik weet dat het silly season volop aan de gang is, maar daar houd ik me niet zo mee bezig. Ik praat er liever ook niet over. Ik weet dat mijn naam wordt genoemd bij Super Aguri, maar dat neem ik ter kennisgeving aan. Ik heb voor die dingen tenslotte een manager. Toch vraagt iedereen nu aan mij of ik me vereerd voel, dat ze interesse hebben getoond. Natuurlijk vind ik dat soort dingen mooi. Het is altijd goed als er over je wordt gepraat, maar ik ben er niet echt mee bezig. Je moet niet lullen, maar vullen. We zijn nog volop bezig met dit seizoen. En voor mij telt maar drie dingen: rammen, beuken en presteren.

Christijan Albers