*

Startnummer 25: Het opvallende verhaal van de onopvallende Harald Ertl

Mischa Bijenhof

Mischa Bijenhof

25 april 2020 15:00

Startnummer 25: Het opvallende verhaal van de onopvallende Harald Ertl
Motorsport Images

In de rubriek ‘het startnummer’ pakt FORMULE 1 voor elke dag van de maand april het bijbehorende startnummer erbij. Aan de hand daarvan staan we stil bij de historie van het nummer, een grote naam die ermee reed, of juist een grote onbekende. In dit deel, met nummer 25: de opvallende Harald Ertl, die desondanks niet echt indruk wist te maken.

Op 7 april 1982 komt er een einde aan het leven van Harald Ertl. Samen met zijn vrouw Vera, zijn zoon Sebastian en zijn zwager en nichtje is hij in een klein vliegtuigje op weg naar het Noord-Duitse Sylt om daar de paasdagen door te brengen. Door motorpech stort het toestel kort na vertrek neer: Ertl, zijn zwager en nichtje overlijden, terwijl Vera en Sebastian gewond raken. Harald Ertl is 33 jaar.

Een grote naam in de Formule 1 is Ertl niet geworden. Tussen 1975 en 1978 is hij actief op het hoogste niveau, zonder ooit een WK-punt te scoren. Van de 28 Grands Prix waarvoor hij zich inschrijft, kwalificeert hij zich er maar voor negentien.

Zijn beroemdste moment komt in 1976, tijdens de Grand Prix van Duitsland. Ertl is een van de coureurs die Niki Lauda uit het brandende wrak van zijn Ferrari trekt. In de film “Rush”, die gaat over de rivaliteit tussen Lauda en James Hunt, wordt Ertl gespeeld door de Duitse acteur Thomas Wlaschiha. De enige scene waarvoor Wlaschiha moest opdraven, is de rijdersbriefing waar Lauda zijn collega’s voor de race oproept om niet te starten. Ertl zit in het midden en bij de stemming stemt hij voor door zijn hand op te steken, net als de meeste van zijn collega’s. De race gaat door. Een erg moeilijke rol was het niet voor Wlaschiha. Hij heeft geen tekst in de film. Voor de scene waarin de crash wordt nagespeeld, werd een stuntman gebruikt. Tot zover de nalatenschap van Harald Ertl op het witte doek.

Frankrijk, 1977. Harald Ertl in de Hesketh kwalificeert zich niet voor de race.

In de jaaroverzichten uit de periode waarin Ertl in de Formule 1 actief was, wordt evenmin veel aandacht aan hem besteed. Bij de Grand Prix van Monza van 1975, Ertls derde Grand Prix, wijdt journalist Ulrich Schwab een zinnetje aan de Oostenrijker. “Na een bandenwissel kwam Ertl met een ronde achterstand in het groepje van Emerson Fittipaldi terecht en toonde ook met de toprijders goed in de slag te kunnen.” Verder wordt er het hele seizoen lang, net als de seizoenen daarna, geen woord over de coureur gerept, anders dan het melden van zijn naam op de deelnemerslijst.

Onopvallend. Dat lijkt hij vooral. Terwijl Harald Ertl uit Zell am See toch een opvallende verschijning is. Een forse baard en een zorgvuldig getrimde puntsnor maken dat Ertl niet snel voor een ander kan worden aangezien. De knalgele helm die hij draagt zorgden ervoor dat hij ook in de auto snel te herkennen is. Van beroep is hij journalist en de meeste youtube-fragmenten waarin Ertl figureert tonen hem dan ook in die hoedanigheid: na zijn Formule 1-carrière ging hij gewoon door als verslaggever.

Dat hij het überhaupt tot de Formule 1 schopte mag al een wonder worden genoemd. In de Formule Vee en de Formule 3 kan Ertl goed meekomen, maar een overstap naar de Formule 2 in 1975 brengt aan het licht dat Ertl wellicht geen echt Formule 1-materiaal is. Toch weet hij bierbrouwer Warsteiner zover te krijgen hem te sponsoren en in 1975 start hij met een privé-ingeschreven Hesketh in het wereldkampioenschap Formule 1.

Op weg naar de achtste plaats bij zijn Grand Prix-debuut op de Nurburgring in 1975. De derde auto in het groepje is Gijs van Lennep in de Ensign.

De drie jaar bij Hesketh leveren hem vooral frustratie op: Ertl weet wel dat hij geen racewinnaar is, maar wil in elk geval het beste uit zichzelf halen. Bij Hesketh zien ze de bebaarde coureur vooral als een melkkoe die de rekeningen betaalt. Meestal krijgt hij de afdankertjes. “Ik heb soms het gevoel dat die monteurs het geld dat ik ze betaal beschouwen als een betaalde vakantie”, zegt hij in 1976 na de zoveelste uitvalbeurt. Een overstap naar Ensign brengt weinig verandering in de resultaten en in Monza gaat het in 1978 zó slecht dat Ertl al na de voorkwalificaties is uitgeschakeld. Hij krijgt datzelfde weekend nog een kans bij ATS, dat een rijder zoekt nadat Jochen Mass geblesseerd is geraakt tijdens een testongeluk. Maar ook in die auto kwalificeert Ertl zich niet, waarmee hij de boeken ingaat als de man die in twee verschillende auto’s niét meedeed aan een Grand Prix.

Ertl gaat zich weer richten op de DRM, de voorloper van het huidige DTM. Daar wint hij wél, en gaandeweg krijgt Ertl het plezier in het racen weer terug. Voor het seizoen 1982 maakt hij plannen om in de Renault 5 GT Turbo-cup te gaan racen. Maar eerst gaat hij met de familie op vakantie. Het vliegtuig staat al klaar.

Lees hier alle delen van het Startnummer terug!