De Grand Prix van India was illustratief voor Mark Webbers seizoen en misschien zelfs wel zijn hele periode bij Red Bull: terwijl hij vanuit geslagen positie uitviel, pakte teamgenoot Sebastian Vettel de zege en zijn vierde wereldtitel op rij.

Webber reed tweede op het moment dat zijn auto er in ronde 39 mee ophield, maar zijn kans op de zege was toen al verkeken, aangezien zijn gok om op de hardere banden van start te gaan – mede door een ook al typische slechte start – niet had uitgepakt.

Vettel, die op zacht was begonnen en daardoor na twee ronden al naar binnen moeset voor hardere banden, maakte terwijl Webber de leiding had namelijk enorm snel terrein goed en wist diens voorsprong tot een dusdanig geringe marge te verkleinen, dat Webber tijdens zijn ’tussenstint’ op de zachte banden niet genoeg terug kon doen. Na zijn tweede stop, lag Webber dus ook ‘gewoon’ weer achter Vettel.

Koersend naar de tweede plaats, op gepaste achterstand, hield Webbers RB9 er in ronde 39 vervolgens mee op. “Teleurstellend, maar ik kon niet anders dan de auto parkeren”, vertelt een ogenschijnlijk niet bijster teleurgestelde Webber aan de BBC.

Dat hij door zijn team werd gemaand de met een defecte dynamo kampende bolide aan de kant te zetten, kwam niet echt als een verrasing voor de Australiër. “Ik merkte daarvoor al dat er problemen waren, want de versnellingsbak begon op te spelen. We dachten nog even dat het wel goed zou komen, maar al snel bleek een uitvalbeurt toch onovermijdelijk te zijn.”

Webber beaamt verder dat hij inderdaad niet al te aangeslagen is door de uitvalbeurt: “Er had een goed resultaat ingezeten, maar de auto gaf de geest en daar kan ik verder niets aan doen. Ik heb zelf wel het uiterste eruit gehaald, dus ja, er kan alsnog een lachje vanaf.”