*

Weblog-woensdag: Racing Point, Alfa Romeo en de politieke problematiek van de moderne F1

Daan de Geus

Daan de Geus

6 februari 2019 15:00

Weblog-woensdag: Racing Point, Alfa Romeo en de politieke problematiek van de moderne F1
Motorsport Images

Met Racing Point en Alfa Romeo staan er in 2019 twee nieuwe namen op de grid, al valt het eerste team moeilijk nieuw te noemen en is de tweede zelfs met de beste wil van de wereld niet als fabrieksformatie te beschouwen. Onafhankelijk zijn ze evenmin, en juist daar kan het wringen.

Elf jaar lang stond Force India op de inschrijflijst, de opvolger van wat daarvoor Jordan, Midland en Spyker was. Dat het noodlijdende team als Racing Point een doorstart heeft gekregen, is alleen maar positief. En hoewel het jammer is dat de Sauber-naam is verdwenen (na sinds 1993 in verschillende vormen present te zijn geweest) is het supermooi dat er met Alfa Romeo een automerk met schitterende historie als constructeur bij is gekomen. Ook al is dat alleen in naam, want de renstal is nog altijd in handen van investeringsgroep Longbow Finance.

Virgin en Lotus veranderden al snel in Manor-Marussia en Caterham, maar gingen alsnog ten onder.

Portemonnee trekken
Echt nieuw zijn ze dus niet te noemen, en misschien maar goed ook: het vergaat nieuwe teams traditioneel gezien niet goed in de Formule 1. Zie de drie nieuwkomers van 2010 – Lotus, HRT en Virgin – die compleet van nul begonnen, maar zes jaar later alweer waren omgevallen. Beter ging het met Haas, dat debuteerde in 2016 en is uitgegroeid tot klein succesverhaal: met veruit het minste personeel werd het in 2018 vijfde in het WK. Het grote verschil? Haas doet vooral zo min mogelijk zelf: het chassis komt van Dallara, en het koopt wat het kan van Ferrari.

Bij Racing Point hebben teameigenaar/modemiljardair Lawrence Stroll en co. de portemonnee al uit het maatpak getrokken om te investeren in een nieuwe thuisbasis, bij Alfa Romeo is het goed dat coureur Kimi Räikkönen op de fiets naar de fabriek kan nu de parkeerplaats steeds voller staat met auto’s van nieuw personeel. Tegelijkertijd zijn deze teams niet blind voor ‘de methode Haas’. Force India werkte jaren met Mercedes samen en de verwachting is dat die band alleen maar inniger wordt, zo hebben bange rivalen al uitgesproken. Alfa Romeo lijkt tegenwoordig praktisch een Ferrari-filiaal, zoals collega André Venema het steevast noemt. Het is dé manier om het als klein team ver te schoppen in de Formule 1 anno 2019.

Haas heeft met haar unieke aanpak voor redelijk wat ophef gezorgd. De auto wordt ook wel ‘de witte Ferrari’ genoemd.

Doe-het-zelven
Toch is er een probleem met deze aanpak: deze staat haaks op wat volgens traditieteams Williams en McLaren én het rijke maar nog weinig succesvolle Renault de ‘doe het zelf’-mentaliteit van constructeurs moet zijn. Niet toevallig de enige drie teams zonder vazallen of broodheren op de grid – met de beide Red Bull-formaties die ook steeds nauwer samenwerken.

De kans is dan ook groot dat iets wat Haas al vrijwel sinds het begin vreest, in de nabije toekomst waarheid wordt: dat het met de regelrevolutie van 2021 inderdaad weer veel meer doe-het-zelven wordt. Om ‘onafhankelijke teams’ tegemoet te komen. Het zou een sterk staaltje je eigen glazen ingooien zijn van de Formule 1, die als het zover komt duidelijk niks heeft geleerd van hoe het Lotus, HRT en Virgin sinds 2010 verging onder nooit ingeloste beloftes over budget caps, resource restriction agreements en een eerlijker speelveld.

Vraagtekens om toekomst
Onder de nieuwe bewindsmannen van Liberty Media zijn enthousiaste plannen voor een budget cap voor 2021 al flink afgezwakt, een nieuw motorreglement in de ijskast geparkeerd en is er nog niks duidelijk over hoe het geld wordt verdeeld, maar wordt technische samenwerking tussen teams dus waarschijnlijk wél aan banden gelegd. In het donkerste scenario, zitten Racing Point, Alfa Romeo en Haas dan dubbel in de hoek waar de klappen vallen.

Dat je geen machtsblokken in de Formule 1 wil, snap ik best, maar zowel in financieel als sportief opzicht vergroot technische samenwerking de (levens)kansen van ‘de kleintjes’, en is dat niet alleen maar goed voor de sport? Deze teams een hak zetten omdat het bij jezelf niet loopt, is bovendien nogal korte termijn denken, want hoe denk je dat de grid gevuld wordt als zij wegvallen? Door pure klantenteams, of door topteams met drie auto’s laten rijden. En dat lijkt me wel het laatste waar de echte onafhankelijken McLaren, Williams en Renault op zitten te wachten… Maar in de Piranha-club hebben ze nog nooit van leven en laten leven gehoord.

Teameigenaar Lawrence Stroll (in het wit in het midden) heeft Force India omgedoopt tot Racing Point.