Ayrton Senna. Voor altijd een legende. Woensdag is het dertig jaar geleden dat de Braziliaan overleed aan de gevolgen van zijn zware crash op het circuit van Imola. Als eerbetoon brengt FORMULE 1 Magazine een serie exclusieve verhalen over Ayrton Senna. Vandaag: het interview met Josef Leberer, de fysiotherapeut en trainer van Senna. Dit interview is afgenomen in 2019. Informatie dateert dus uit die tijd.

Josef Leberer denkt nog vaak aan de man met wie hij in zeven jaar een band voor de eeuwigheid smeedde. Ayrton Senna’s fysiotherapeut en trainer haalt nog één keer herinneringen op aan de Braziliaanse legende. “Mensen wilden hun leven voor hem geven.”

Misschien een voorspelbare openingsvraag: wat maakte Senna volgens u zo bijzonder, zo anders dan anderen?

“Ayrton was een zeer charismatische persoonlijkheid en daarnaast een heel aangenaam, gevoelig mens. Hij was heel precies: een perfectionist en ongelofelijk analytisch. Veeleisend ook. Hard voor zichzelf en hard voor anderen, eigenlijk heel on-Braziliaans. Verder was hij rustig en terughoudend, maar als het moest compromisloos. Nee, ik zou hem niet genadeloos noemen, dat klinkt mij veel te negatief. Genadeloos impliceert dat niets hem verder kon schelen en dat was niet zo. Ayrton was wel van zichzelf overtuigd, zó vol vertrouwen dat hij de beste was… In feite was hij dat ook. Hij was altijd op zoek naar beter, ook met de monteurs.

Ayrton kon mensen ongelofelijk motiveren, in beweging krijgen. Niet gespeeld, maar doordat hij zelf zo gefocust was. Daarin zoog hij iedereen mee, mij ook. Maar je merkte dat het voor hem ook belangrijk was om te ontspannen, op te laden, het lichaam en de geest in balans te krijgen. Want hij stond natuurlijk altijd onder grote druk. Ik heb een geweldige tijd gehad met Ayrton. Hij pikte alles op, nam alles van mij aan.”

Leberers gedachten dwalen tijdens het gesprek van bijna anderhalf uur soms af naar het lichtgrijze verleden. De manier waarop hij over Senna spreekt verraadt zijn bewondering, de vriendschap en de pijn die waarschijnlijk nooit helemaal zal verdwijnen. Hij denkt nog regelmatig aan zijn oude kompaan. “Ayrton was als een batterij: hij had ontzettend veel energie en richtte zich alleen op de dingen die belangrijk waren”, stelt Leberer. “Ik krijg nu nog steeds energie van hem. Maar hij was tegelijkertijd terughoudend, sensibel en zelfs wat schuw. Hij zette zichzelf nooit in het middelpunt. Als we ergens een restaurant of hotel binnenkwamen zei hij: ‘Dag, mijn naam is Senna en ik heb een reservering.’ Nooit was er zoiets van: hier ben ik, de grote Ayrton Senna. Hij had ook nooit beveiliging, altijd een kleine entourage. Ayrton gedroeg zich normaal, was zeer menselijk en rechtschapen. Met een grote passie voor racen.”

‘Senna was een perfectionist en ongelofelijk analytisch, hard voor zichzelf en hard voor anderen’

Door het plezier daaraan leerde hij zichzelf volgens Leberer goed kennen. “Dat heeft hij gebruikt om zich verder te ontwikkelen. Vooral als mens, met zijn eigen normen en waarden. Ik heb me vaak geërgerd dat mensen zo meedogenloos over hem spraken, hem provoceerden en hem als vals neerzetten. Dat klopt niet. Ayrton bekommerde zich juist altijd om andere coureurs, om de veiligheid. Hij was alleen compromisloos en hard als hij vond dat hem onrecht werd ongedaan. Dan zei hij: ‘Als het zo niet lukt, moet ik dingen zelf in de hand nemen.’”

(Tekst gaat door onder de afbeelding)

Josef Leberer aan de zijde van van Ayrton Senna in de McLaren in 1988

We hebben van een amateurfotograaf beelden gekregen van Erik Comas’ trainingsongeluk in Spa-Francorchamps 1992. Er is één coureur die uit zijn auto stapt…

Leberer wacht het einde van de zin niet af. “En dat was Ayrton, of niet? Dat bedoel ik nou. Ik ben blij dat veel mensen dat beeld van hem zien. Natuurlijk kwam hij uit een bevoorrecht milieu, maar hij gaf wel het juiste voorbeeld en probeerde zijn medemensen te helpen. Altijd. Ayrton heeft zó veel energie in zijn instituut gestopt, zoals de familie dat nog steeds doet. Ze helpen miljoenen minderbedeelde Braziliaanse kinderen met voeding, onderwijs en sport. Die dynamiek vind ik nog steeds ongelofelijk.”

Bent u verrast dat hij nog zo voortleeft?

“Nee, helemaal niet. Ik kende hem, waardeerde hem. De manier waarop hij leefde, zijn empathie, het charisma, de energie en die bruine ogen… Ayrton was een mooie jongen. Vrouwen vielen voor zijn mooie lokken en doordringende ogen, hè. Maar weet je, het is moeilijk uit te leggen. Ik ontmoet nog steeds mensen die hem niet persoonlijk hebben gekend, maar wel echt alles over hem weten. In ons team hebben we medewerkers die in 1994 misschien tien jaar oud waren; toch hebben we een ingenieur die alles van Ayrton weet. De Italianen in ons team weten sowieso echt alles over hem; soms vragen ze mij nog naar bepaalde dingen. Vorig jaar reed Charles Leclerc voor ons. Senna is zijn idool, dat zegt wel iets. Ik heb een paar keer met Charles over Ayrton gesproken. Kort. Maar eigenlijk kennen we hem allemaal vrij goed, toch? En daar word ik vrolijk van.”

Hoe is de samenwerking met Senna tot stand gekomen? Waarom koos hij u als zijn trainer/fysiotherapeut?

“Mijn eerste Formule 1-race was in 1988: Rio de Janeiro. Ik werkte voor McLaren. Professor Dungl (destijds de medisch begeleider van het team en grondlegger van de huidige trainingsmethodieken voor coureurs, red.) was er niet. Alain Prost had op vrijdag een ongeluk gehad en knallende hoofdpijn. Hij vroeg of ik hem iets tegen de pijn kon geven. Ik dacht: mijn god, ik ben hier helemaal alleen, dit is mijn verantwoordelijkheid.” Lacht: “En mijn eerste en laatste race.” Vervolgt: “Wat moet ik nu doen bij Alain Prost, een tweevoudig wereldkampioen? Een pilletje? Ik zei: ‘We gaan eerst terug naar het hotel.’ Zo kon ik onderweg nog even nadenken. Maar Prost bleef maar vragen: ‘Geef me alsjeblieft iets voor de pijn, dit is niet vol te houden.’

Lees hier de andere verhalen over Ayrton Senna en bekijk de video’s

Ik was zeer nerveus. Intuïtief besloot ik Prost in het hotel een uitgebreide massage te geven en zei: ‘Als dit niet helpt, kijken we morgen verder.’ Na die behandeling viel ik zelf in slaap, want ik was erg moe. Totdat ik laat op de avond gebeld werd. Het was Prost. Ik dacht meteen: o, er is vast wat. Maar hij vroeg: ‘Wat heb je gedaan? Ik heb geen pijn meer, heerlijk geslapen en voel me super.’ Op zondag won Prost de race, Senna werd gediskwalificeerd. Ron Dennis (teambaas, red.) en Gordon Murray (ontwerper) zeiden na afloop tegen mij: ‘Goed werk, Josef.’

‘Hij kwam uit een bevoorrecht milieu, maar gaf het juiste voorbeeld en hielp zijn medemensen’

Op zondagavond was ik helemaal gesloopt. Ik had voor de coureurs gekookt, ze gemasseerd en had dat weekeinde een grote inspanning geleverd. We zaten in het Intercontinental Hotel en opeens gaat op mijn kamer de telefoon. ‘Hallo, dit is Ayrton.’ Ik vroeg hem of hij nog een massage nodig had. ‘Nee’, antwoordde hij en vroeg of ik in Rio mensen kende. ‘Ik ga straks wat eten met vrienden; heb je zin om mee te gaan?’ Ik kende hem net een week en dacht: hij denkt aan de masseur, wat voor een mens is dit? Alle beroemdheden, kunstenaars en sterren in Rio willen met hem eten, maar hij vraagt mij of ik mee wil.

Een paar jaar later vertelde een bekende mij dat Ayrton had gezien wat ik op vrijdag met Prost had gedaan. Het kan dus zijn dat er een beetje eigenbelang bij zat om mij voor dat etentje uit te nodigen. Dat weet ik niet, maar als het zo was, was het heel slim. Ayrton was clever én zeer sociaal.”

(Tekst gaat door onder de afbeelding)

Ayrton Senna krijgt een handmassage Josef Leberer

Jullie waren met McLaren pioniers op het gebied van medische begeleiding.

“De belasting voor de coureurs was erg zwaar: de auto’s hadden geen stuurbekrachtiging, de coureurs moesten met de hand schakelen. Alles deed pijn. Prost, zijn rivaal en een hele intelligente man, was goed getraind. Ayrton wist dat ook hij alleen kon presteren als hij fysiek topfit was. In de laatste twintig beslissende ronden, als bijna iedereen moe was, moest hij lichamelijk het verschil maken. Dat besefte Ayrton. Ik heb bij McLaren beide coureurs twee jaar lang behandeld. Dat kun je je nu niet meer voorstellen, hè. Op een gegeven moment zei Ayrton dat hij het fijn zou vinden als ik hem zou blijven begeleiden. Dat was voor mij een no-brainer.”

Was hij goed voor u?

“Hij behandelde me niet als een werknemer. We hadden een hele natuurlijke relatie. Ik was onderdeel van de familie. Dat merkte ik ook als ik bij hem en zijn familie werd uitgenodigd om te komen eten. Dat zegt wel iets, denk ik. Hij was zeer vriendelijk en loyaal tegen mij. Voor zijn hele team trouwens, inclusief de monteurs. Overdreven gesteld kun je zeggen dat mensen hun leven voor hem wilden geven. Ik zou mijn hand ook blind voor hem in het vuur steken, omdat ik weet dat hij dat ook voor mij zou doen. Ayrton was zoals een leider moet zijn: hij nam verantwoording en vroeg veel, maar gaf ook veel terug. Hij spande zich in voor anderen, vocht voor ze.”

U kookte voor hem, kneedde zijn geest en lijf en begeleidde hem. Spraken jullie ook over andere dingen dan racen?

“Er werd tijdens massages nooit veel gesproken. Op zo’n moment is het tijd om afstand te nemen van wat er die dag allemaal gebeurd is. Dan regeneer je, probeer je weer op krachten te komen en concentreer je je op andere dingen. Ik stelde weleens vragen om hem af te leiden. Dat merkte hij dan en zei: ‘Hoe weet jij wat ik denk. Heb ik je soms iets verteld?’ Ik wist vaak waarmee hij zat, wat hij dacht. Door alle vibraties in een lichaam begrijp je hoe iemand zich voelt, kun je als het ware zijn gedachten lezen. Voor ieder mens is het belangrijk een balans te vinden; je kunt niet altijd maar doorgaan. Je hebt de dag en nacht nodig, zon en regen… Ayrton begreep dat.

Als je je lichaam en geest tot rust kunt brengen, ontwikkel je je verder. Hij vertrouwde mij, we zaten op dezelfde golflengte. We hoefden niets te zeggen om elkaar te begrijpen. Na verloop van tijd spraken we steeds minder, zo gefocust waren we. Ik wist op het laatst precies wat en wanneer hij nodig had: drinken, eten of wat dan ook. Ik heb veel voor hem gekookt, we verbouwden onze eigen groenten. Biologisch ja, dat deden wij 30 jaar terug al. Alles was top, top, top. Het deed Ayrton goed, het was brandstof voor zijn lichaam en geest. Hij en Prost beseften toen al hoe belangrijk voeding en fysieke begeleiding zijn.”

Mist u hem?

“Ja. Ik denk nog vaak aan Ayrton. Het is treurig wat er gebeurd is, maar ik heb zo veel mooie herinneringen aan hem. De tijd ging zo snel. De periode met Ayrton is een belangrijk deel van mijn leven, een heel mooi deel ook. We hebben veel lol gehad. Met vrienden was hij heel gevat, met andere mensen was hij wat terughoudend. Maar hij wist altijd precies wanneer hij zich weer moest concentreren.”

Wat herinnert u zich van het weekeinde in Imola?

“Eerst was er die vreselijk zware crash van Rubens Barrichello, op zaterdag de dood van Roland Ratzenberger. Iedereen was daarover van slag, er heerste een vreselijke sfeer. Ayrton was zeer aangedaan. Het ongeluk gebeurde op mijn verjaardag, 30 april. We zouden het ’s avonds gaan vieren, maar daar hadden we geen zin meer in. Ayrton wilde van mij weten uit wat voor familie Roland kwam, wat voor mensen de Ratzenbergers waren. Hij zei ’s avonds niet veel, heeft alleen lang met zijn familie gebeld. Hij hoefde ook geen massage meer: de enige keer dat dit op zaterdag niet hoefde. Er speelde zo veel in zijn hoofd, het spookte er. Daar wilde hij met iemand over praten. Ik denk dat hij met zijn familie over Ratzenberger heeft gesproken. Het gaat wel over leven en dood, hè.

Professor Sid Watkins (destijds de arts van de FIA, red.) had zaterdag nog tegen hem gezegd: “Laten we lekker gaan vissen. Waarom doen we dit? Dit is het niet waard.” Maar Ayrton zei: “Ik moet verder racen, dat zit in mijn bloed. Ik ben het mijn fans en mijn land verschuldigd.” Hij gaf de Brazilianen hoop in die zware tijden, wilde niet opgeven maar vechten en zo een voorbeeld zijn. Hij probeerde met racen zijn land hoop te geven, zodat er misschien iets zou veranderen. Het ging bij Ayrton niet alleen om het racen: hij voelde verantwoordelijkheid voor zijn land.”

Met fatale gevolgen.

“Ik zag het op televisie meteen: brrrr. Het was alsof ik door een steek werd getroffen. Hij bewoog niet, ik vreesde het ergste. Helaas kreeg ik gelijk. Ik kan me nog herinneren dat hij vlak voor de race zijn helm opzette. Ik gaf hem iets te drinken. Via de luidsprekers werd de naam van Gerhard Berger, zijn vriend en coureur bij Ferrari, omgeroepen. Alle Italiaanse tifosi gingen uit hun dak. Ayrton zat daar in de auto van te genieten. Het was de laatste keer dat hij lachte. Dit verhaal heb ik Gerhard ook verteld, hij vond dat zo mooi om te horen.

Na het ongeluk ben ik met professor Watkins en Ayrtons broer Leonardo met de helikopter naar het ziekenhuis gevlogen. Er was geen hoop meer: hij lag aan een machine, had grote hoofdwonden. Ik dacht: dit kan niet waar zijn. Het was zo moeilijk… Gerhard kwam ook naar het ziekenhuis. ‘Josef, ik moet hem zien.’ Ik zei: ‘Dat wil je niet.’ Hij heeft het toch gedaan. Gerhard omarmde me en samen huilden we. Hij zei: ‘We hebben een grote vriend verloren, het is alsof de zon van de hemel is gevallen.’

‘Het is alsof de zon van de hemel is gevallen’

Ik ben later naar huis gereden om zijn broer te troosten. Maar wat kun je doen? Het ergste was het natuurlijk voor zijn ouders: die hadden hun kind verloren, het ergste dat je kan overkomen. Alleen tijd kan zo’n wond enigszins helen. We hebben een mooie tijd gehad. Ayrton was zeer geliefd en deed wat hij het allermooiste vond. Daar heb ik mijn vrede uitgehaald.”

Lees hier alles over de Grand Prix van Miami 2024


Lees het volledige verhaal met Arjan Bos in de nieuwste editie van FORMULE 1 Magazine. Het magazine ligt NU in de winkel, maar is ook digitaal te bestellen (met gratis bezorging in heel Nederland!).