Dat wordt nog wat als de Formule 1 in 2012 naar Austin, Texas komt. Eerst maar een promotiecampagne houden misschien?

Nadat ik drie dagen in mijn beste Frans de receptionist van mijn hotel te woord had gestaan – de beste man is tevens schoonmaker en beheerder van het ontbijt, vandaar – ontdekte ik dat ik ook gewoon Engels met hem had kunnen praten. Met een zwaar Frans accent stond hij het Amerikaanse stel naast mij te woord.

Ze zaten duidelijk om een praatje verlegen, want nog voor ik mijn koffie op had wist ik dat ze Bill en Janet heetten, afkomstig waren uit Delaware en tijdens hun vakantie in Canada hadden besloten om de Grand Prix te bezoeken. Het zou hun eerste Formule 1-race worden en ze wisten er – zo gaven ze toe – niets vanaf. “We kijken altijd naar NASCAR.”

Groot was dan ook hun vreugde toen ze ontdekten het hotel te delen met een Formule 1-journalist, en nog groter hun verbazing toen ik bleek te weten wat NASCAR is. Alles wilden ze van me weten (Nederland? Mijn buurman heeft familie in Denemarken, misschien ken je ze?)

Om ze vast voor te bereiden op hun eerste kennismaking met de Formule 1 vertelde ik in het kort dat er ook rechterbochten zijn (maar dat had iemand ze al verteld), dat er geen Amerikanen meedoen (“Niet een”?) en dat de coureurs geen honderdduizend dollar of een leven lang gratis eten bij Kentucky Fried Chicken kunnen winnen.

Monter stapten ze de deur uit. Een ding wilde Bill nog weten. “We willen na de kwalificatie even in de garages kijken, zodat we de auto’s van dichtbij kunnen zien. Ik heb gehoord dat ze heel klein zijn.”

Toen ik vertelde dat dit wel eens lastig zou kunnen worden, was de teleurstelling op hun gezichten af te lezen. Maar Janet liet zich niet uit het veld slaan. “Er zijn toch wel crashes?”

 

Ik hoop maar dat ze het naar hun zin hebben.