*

Terugblik: Waterballet op Silverstone

Redactie

Redactie

30 april 2017 10:28

Terugblik: Waterballet op Silverstone

In de rubriek ‘Terugblik’ werpt Formule 1-redacteur Rob Wiedenhoff een blik op het verleden aan de hand van momentopnamen. Van bijzonder tot bizar, het zijn Robs meest memorabele herinneringen aan een sport die hij al vijfenvijftig jaar als verslaggever en liefhebber volgt.

Een regenrace was in het verleden lang niet zeldzaam op de Engelse circuits. Nukken van het Britse weer zorgden voor spannende momenten met ongewisse afloop. Maar het kon er ook weleens voor zorgen dat het zo bar was dat zich chaotische taferelen afspeelden en er zoveel auto’s van de weg vlogen dat de dramatische ingreep met de rode vlag noodzakelijk was: race over. Dat gebeurde die gedenkwaardige zaterdag 19 juli 1975, veertig jaar geleden.

Bij de tiende wedstrijd van het jaar had Niki Lauda (Ferrari) een zo ruime voorsprong in de WK-stand dat het een kwestie van tijd was voordat de Oostenrijker voor het eerst werd gekroond. Op het circuit waar de supersnelle Woodcote bocht van een beperkende knik werd gezien om de vaart er een beetje uit te halen (een maatregel ingegeven na het drama met slachtoffers in het publiek op Montjuich, eerder in het seizoen) verraste Tom Pryce in de training. Met een Shadow reed hij naar zijn eerste poleposition, voor Carlos Pace (Brabham) en de Ferrari’s van Lauda en Clay Regazzoni.

Op Silverstone werd een nieuwe startmethode geïntroduceerd. Tien seconden voor de start rood licht en dan wegrijden bij groen. Het ging Pryce niet zo goed af. Pace was hem voor maar Tom kwam sterk terug, was even koploper maar werd verrast door het halfnatte wegdek. Zijn Shadow schoot door het gaas en Pryce kreeg een tik van een paaltje waardoor hij even buiten bewustzijn was.

De wisselende weersomstandigheden waren niet uitzonderlijk en iedereen verwachtte nog wat van dat soort incidenten met hier en daar een auto naast de piste. Zo’n feest werd het niet. Na wat normale Britse regenbuien werd in de 54e van de 67 ronden het historische circuit genadeloos gegeseld door een hoosbui die zijn weerga niet kende.

Emerson Fittipaldi was met zijn McLaren op het juiste moment op de goede plaats. Hij zwaaide af naar de pits om zijn profielloze slicks te laten vervangen voor regenbanden. Ook de beste regenrijder aller tijden zou onder deze omstandigheden niets kunnen uithalen.

Die zaterdag liep ik langs het circuit om foto’s te maken. De onverwachte situatie was voor mij aanleiding tot de volgende ontboezeming in het magazine Autovisie. “In twee rechterbochten achter elkaar pirouetteerden stuurloos geworden renwagens als dolgeworden tollen, klapten door vanghekken, onderdelen schoten door de lucht, wagens raakten elkaar met krakend geweld.”

Ik verwees naar Stowe, de bocht waar Mark Donohue, John Watson en Jochen Mass naast de weg gleden en de daaropvolgende Club Corner. Daar voltrok zich een tafereel zoals de Formule 1 zelden zag. Wat even eerder een uitdagende bocht was veranderde op slag in een plek die het begrip ‘autokerkhof’ wonderwel droeg. Club Corner betekende het voortijdig einde van de wedstrijd voor acht coureurs. Dat waren Formule 1-debutant Brian Henton in een auto van het John Player Team Lotus, Tony Brise in een Hill-Cosworth, de Braziliaan Carlos Pace (Brabham), Jody Scheckter met Tyrrell, Dave Morgen in een Surtees, James Hunt in de Hesketh, John Nicholson in zijn Lyncar en Wilson Fittipaldi, de oudere broer van Emerson in een Copersucar.

Wilson: “Je kwam als het ware op een grijze muur van regen af, de baan stond blank, er was niets aan te doen. Zelfs nog met een gangetje van tachtig of zo draaide ik in de rondte en knalde op de andere wagens. Er was geen houden aan.”

Gestrande rijders wisten niet meteen wat juist was om te doen.  Jody Scheckter stapte uit zijn Tyrrell maar toen hij een collega stuurloos zag komen aandweilen koos hij het zekere voor het onzekere en liet zich in de cockpit terug zakken. Gelukkig raakte niemand gewond, op wat kneuzingen na.

Dat de chaos invloed had op de juiste uitslag, laat zich raden. Het duurde lang maar protesten bleven uit. Fittipaldi won voor landgenoot Pace, Scheckter werd derde en vierde was de eerste Brit: James Hunt met de Hesketh.

Door: Rob Wiedenhoff
Foto: Archief Rob Wiedenhoff
Dit artikel is eerder gepubliceerd in
Formule 1 nr. 10, 2015.