In de korte rubriek ‘titeldruk’ spreken we, nu de titelstrijd dit weekend beslist wordt, met voormalig topcoureurs over hun ervaringen met het vechten voor een titel, alles wat erbij komt kijken én het duel tussen Max Verstappen en Lewis Hamilton. Vandaag: Damon Hill, de wereldkampioen van 1996.

NB: Dit interview is voor de Grand Prix van Saoedi-Arabië afgenomen.

Behalve dat Hill in 1996 beslag legde op de wereldtitel, werd de Brit ook vice-kampioen in 1994 en 1995. In ’94 en ’95 vocht hij met Williams tegen Benetton-coureur Michael Schumacher, het jaar daarop was het titelgevecht een interne aangelegenheid met Williams-collega Jacques Villeneuve. Het een of het ander maakt nogal een verschil, zegt Hill: “Zolang er binnen het team zelf niet twee verschillendeteams ontstaan, laten ze je meestal vrijuit vechten. Vecht je met iemand die voor een andere renstal rijdt, dan schaart het hele team zich achter je. Althans”, corrigeert hij zichzelf gelijk, “dat zou moeten gebeuren. Het team heeft er immers ook baat bij dat jij dan de rijderstitel pakt en zij de constructeurstitel.”

Uit Hills opmerking blijkt wel dat hij dat onvoorwaardelijke vertrouwen niet altijd voelde bij Williams, zoals hij ook in zijn autobiografie heeft geschreven. “Misschien was dat wel zo hoor, maar zo voelde het althans niet, haha!”, kan hij er nu om lachen. Dat komt ook omdat Hill in 1994 plotsklaps tot kopman gebombardeerd werd na het verongelukken van Ayrton Senna, en Nigel Mansell (de wereldkampioen van 1992) als deeltijdvervanger werd binnengehaald. “Williams was er qua mentaliteit nooit heel erg op gericht zich op één coureur te richten. Bij Benetton en later Ferrari draaide alles echter om Michael”, doelt hij op zijn voormalige rivaal, “net zoals nu bij Red Bull alles om Max draait.”

Doodmoe van Schumacher

Om een titel vechten, vervolgt Hill, verandert je manier van rijden en mentaliteit wel. “Dat zou althans wel moeten”, meent hij. “Neem Adelaide 1994”, zo wijst hij naar de destijds titelbeslissende seizoensfinale. “Michael stond voor in het WK, dus wat deed hij?”, doelt hij op hoe Schumacher de deur dichtsmeet toen Hill hem probeerde in te halen. Ze vielen daardoor allebei uit, wat Schumacher de titel opleverde. Toch kijkt Hill ook naar zichzelf. “Aan de ene kant is het: wat deed Michael? Maar aan de andere kant: Wat deed ik daar? Waarom probeerde ik hem buitenom in te halen? Ik dacht toch niet dat hij me erlangs zou laten? Hij stond immers voor, maar ik dacht er geen moment aan dat we allebei zouden crashen…”

Zijn jarenlange tweegevecht met Schumacher ging Hill ook buiten de baan niet in de koude kleren zitten, zegt hij. Hij nam het, zo gezegd, mee naar huis. “Je analyseert de sterke en zwakke punten van de ander – en natuurlijk zit de ander in je hoofd, dat kan niet anders!”, stelt hij. “Vraag maar aan mijn vrouw: het enige waar ik het de hele tijd over had, was Schumacher. Ze werd er doodmoe van.” Hoewel Hamilton en Verstappen nu graag zeggen niet met elkaar bezig te zijn, enkel naar zichzelf te kijken, gelooft Hill niet dat dit mogelijk is. “Ik denk dat niemand zich alleen op zichzelf kan richten, ook Max niet. Ik denk niet dat Max niet aan Lewis kan denken, dat lijkt me onmogelijk.”
(tekst loopt door onder de foto)

Schumacher (rechts) kroop tijdens hun titelduels in het hoofd van Hill.

Hoewel dit volgens Hill wel een vaardigheid is die je kan leren, is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Destijds had hij er zelf zeker moeite mee. “Michael was er heel goed in mij er dom uit te laten zien”, grijnst hij daar inmiddels enigszins om. “Als ik een domme opmerking maakte, kaatste deze om een of andere reden altijd in mijn gezicht terug. En Michael was er heel goed in dan nog wat zout in de wonde te strooien. Ik moest dat dus echt leren, dat hele buitensluiten van de media en alles eromheen. Ik heb me daar zelfs in laten coachen door een briljantje vrouw. Zij heeft mij zo geholpen wereldkampioen te worden.”

Niet persoonlijk

Wat het mentale spelletje betreft, is Verstappen er volgens Hill goed in zich aan ‘de ongeschreven regels’ te houden van wat je wel en niet over elkaar zegt. Hamilton heeft dat volgens Hill wat meer moeten leren. “Lewis maakte vroeger nog wel opmerkingen over mensen van gegoede komaf, zoals Nico Rosberg. Dat is juist iets waar je niks aan hebt en wat later tegen je kan werken. Inmiddels is Lewis echter heel goed in dit deel ervan, door de fouten die hij in het verleden heeft gemaakt. Hij is enorm volwassen geworden en is zich daar nu meer van bewust. Max is voor zijn leeftijd overigens hele volwassen; ik ben al sinds het begin onder de indruk van zijn zelfvertrouwen en hoe scherpzinnig hij is.”

Hill werd onlangs door Red Bull-teambaas Christian Horner nog weggezet als ‘geen fan van Verstappen’, onder meer na de bijna-botsing van Verstappen en Hamilton in Brazilië. Daarna ging het in Saoedi-Arabië weer hard-tegen-hard tussen Hamilton en Verstappen, die dit jaar al een aantal keer met elkaar hebben gebotst. Tussen Hill en Schumacher was het halverwege de jaren negentig niet anders. Het hoort erbij, zegt hij. “Idealiter heb je intense gevechten met elkaar, maar ook respect voor je tegenstander. Als het persoonlijk wordt, wordt het onplezierig. Dan maakt het ook niet meer uit wat je doet, want alles wordt dan geïnterpreteerd als bitchy of hatelijk. In zo’n situatie wil je niet terechtkomen.”

Verstappen en Hamilton stelden zelf op de donderdag in Abu Dhabi allebei uit te zijn op een eerlijke beslissing van het kampioenschap. Hill zal dat vast van harte toejuichen, hij zei eerder tegen Motorsport dat het ‘zonde’ voor de Formule 1 zou zijn als een crash de titelstrijd zou beslissen. Hill kan weten hoeveel pijn het doet als een botsing wel beslissend is. Kampioen worden, wat in 1994 en 1995 dus niet lukte, maar in 1996 wel, is het beste wat hij ooit heeft gedaan. “Maar ik heb er wel voor moeten werken.”