*

Voorbeschouwing: GP van Italië

Mischa Bijenhof

Mischa Bijenhof

29 augustus 2018 17:00

Voorbeschouwing: GP van Italië
Sutton Images

21 seizoenen lang reed Minardi in de Formule 1. De oogst: 38 punten, nul podiumplaatsen en één rondje aan kop gereden. Het enige waar het Minardi nooit aan ontbrak, waren fans. Net als het team doorzetters tegen beter weten in.

In de slipstream van de machtige Scuderia Ferrari proberen in de jaren tachtig een paar enthousiaste Italiaanse teams de kruimels op te rapen. Meestal wordt het niets. Coloni: vijf seizoenen, nul punten. Osella houdt het elf jaar vol en pakt vijf punten, terwijl Scuderia Italia in zes jaar vijftien punten bij elkaar schraapt. Daarbij vergeleken is Minardi met een ononderbroken aanwezigheid van 1985 tot 2005 een toonbeeld van doorzettings­vermogen.

Gian Carlo Minardi (rechts) met coureur Pierluigi Martini, jarenlang een vaste waarde bij het sympathieke Italiaanse achterhoedeteam.

Je zou het teambaas en oprichter Gian Carlo Minardi echte hebben vergeven als hij, net als de meeste van die kleine teams, al na een paar jaar het bijltje erbij neer zou hebben gegooid. In de eerste drie jaar van Minardi’s bestaan als Formule 1-team haalt maar acht keer een Minardi-coureur de finish. De voornaamste oorzaak van de litanie aan uitvalbeurten is de motor, een levenslange achilleshiel van het team uit Faenza. Het begin is omineus: Minardi sluit in 1985 een overeenkomst met Alfa Romeo, dat het team nauwelijks serieus neemt, want Alfa stelt voor een heel seizoen slechts twee motorblokken beschikbaar.

Als voormalig Alfa-engineer Carlo Chiti besluit voor zichzelf te beginnen, is een alternatief snel gevonden. Diens geesteskind, Motori Moderni gedoopt, vertoont eigenschappen van een handgranaat. Tenminste, als de onervaren coureurs Pierluigi Martini, Andrea de Cesaris, Alessandro Nannini en Adrian Campos niet crashen voordat de motor ontploft.

Eén ronde reed er een Minardi op kop: Pierluigi Martini in 1989 op Estoril, in ronde 40.

Ferrari-deceptie
Toch zet Minardi door en met de betrouwbare Ford Cosworth-motoren kan het vanaf 1988 in elk geval af en toe de finish halen. Bovendien heeft het team in Aldo Costa een uitstekend ontwerper in huis. Een hoogtepunt vormt de Grand Prix van Portugal in 1989, waar Martini een rondje aan de leiding rijdt als de koplopers de pits opzoeken. Hij finisht als vijfde, net als een paar weken daarvoor in Engeland, waar teamgenoot Luis Pérez-Sala zesde wordt.

Het tij lijkt te keren voor Minardi, zeker als Martini zijn auto bij de eerste Grand Prix van 1990 in Phoenix op de tweede startplaats kwalificeert. Dat dankt hij vooral aan de kwalificatiebanden van Pirelli. De Cosworth V8 is niet meer echt competitief en Martini finisht als zevende, toen nog buiten de punten. Het blijkt zijn beste resultaat van dat jaar. Als eerste team ooit legt Minardi in 1991 de hand op klantenmotoren van Ferrari. Het droomhuwelijk draait al na één seizoen uit op een deceptie. De V12’s zijn duur en Minardi krijgt nauwelijks technische ondersteuning van Ferrari.

De M193 is de beste Minardi ooit. Fittipaldi en Barbazza scoren er zeven punten mee.

Na nog een tropenjaar, met zware dorstige en explosieve motoren van Lamborghini, is Minardi ten einde raad. Terug naar Cosworth dan maar. Dankzij de M193, de beste Minardi ooit, gaat het aardig en Christian Fittipaldi en Fabrizio Barbazza scoren zeven punten. Het succes is van korte duur. 1994 is met vijf punten nog redelijk, daarna komt de klad erin. Minardi wordt alom geprezen om zijn inzet en helpt veelbelovend talent als Giancarlo Fisichella en Jarno Trulli in de Formule 1, maar het ontbreekt aan geld en goede motoren. Een deal met Mugen loopt in 1995 spaak en na vier seizoenen met slechts één punt verkoopt Minardi zijn team aan de Australische zakenman Paul Stoddart. Die zet het gevecht tegen de bierkaai voort en brengt naast betalende coureurs de talenten Mark Webber en Fernando Alonso in de Formule 1.

Het team krijgt de laatste jaren een Nederlands tintje met Jos Verstappen, Christijan Albers en Robert Doornbos. Eind 2005 koopt Red Bull het. De naam Minardi verdwijnt, maar het team leeft voort als Toro Rosso, dat nog altijd vanuit Faenza opereert.

Verstappen is in 2003 de eerste Nederlander bij Minardi. Albers en Doornbos volgen er in 2005 in zijn voetsporen.

Uitzendtijden GP van Italië
Vrijdag
11:00 – 12:30 1e vrije training
15:00 – 16:30 2e vrije training
Zaterdag
12:00 – 13:00 3e vrije training
15:00 – 16:15 kwalificatie
Zondag
15:10 – 17:00 race

Dit artikel is een aangepaste versie van een artikel uit FORMULE 1 nr. 11, 2017.