*

Weblog: Als ik teambaas van Renault was, dan zou ik het wel weten…

Daan de Geus

Daan de Geus

21 augustus 2019 10:30

Weblog: Als ik teambaas van Renault was, dan zou ik het wel weten…
Renault Sport

De beste stuurlui staan aan wal, en zeker bij een stuurloos schip is het makkelijk roepen welke kant het op moet. De teambaas van Renaults ogenschijnlijk maar wat ronddobberende en -drijvende Formule 1-team, Cyril Abiteboul, kan op veel kritiek rekenen. Maar hoe zou het zijn als Renault deze kapitein overboord zet, en je zelf ineens aan het roer moet staan?

Het werd me in de nieuwste F1 Aan Tafel-podcast van Grand Prix Radio ineens gevraagd door presentator René Hoogterp: “Daan, jij bent teammanager geworden bij Renault. Wat ga je morgen als eerste aanpassen?”

We studeren de vragen voor de podcast niet vooraf in, en on the spot had ik geen pasklaar antwoord (ongetwijfeld een van de redenen waarom ik geen talkshow heb). Ik hield het clichématig bij de focus op 2021 leggen en om het benodigde – maar nu nog uitblijvende budget – vragen bij ‘de mannen die de bonnetjes tekenen’.

Luister: Podcast F1 aan Tafel: Het grote zomerrapport – deel II: Van McLaren t/m Williams

De ‘middenmoot’-podcast werd vorige week opgenomen, maar de vraag is in mijn hoofd blijven hangen. Wat ik als Renaults nieuwe roerganger zou doen? Wel, het volgende…

In dit fictieve scenario is het adieu Abiteboul.

Geen bestuurlijke bemoeienis
Als Renault me ondanks mijn gebrek aan bestuurlijke ervaring en onvoldoende voor Frans op de middelbare school tóch aanstelt, ligt Abiteboul er dus al automatisch uit. Dat scheelt al één lastig gesprek. Adviseur Alain Prost mag blijven: zo’n boegbeeld is goed om te hebben (al is het maar om dingen aan het bestuur te verkopen) en hij kan dus mooi voor me vertalen.

Natuurlijk, de viervoudig wereldkampioen mag input geven, maar c’est ça. Zo goed runde Prost zijn eigen renstal ook weer niet. Bovendien zijn de Fransen, op wat gele hesjes na, historisch gezien volgens mij niet vies van wat autoritaire en dictatoriale trekjes. Vrij geparafraseerd naar Lodewijk de XIVe wordt het la loi, c’est moi.

Het eerste en belangrijkste dat Prost mag vertalen is de boodschap aan het bestuur dat je –  zoals ex-Cosworth-kopstuk Mark Gallagher recent aanhaalde in F1 Racing-podcast Flat Chat – een team als team moet runnen, niet als marketingdivisie. Zoals Mercedes doet, dus. Old school en onafhankelijk, met zo min mogelijk bestuurlijke bemoeienis. Besparen doen we wel onder de budget cap.
(tekst loopt door onder de foto)

Guillotine
Met die boodschap overgebracht en de belofte dat ze ons er over een paar jaar op mogen afrekenen, duikel ik de misschien wel meest beroemde Franse uitvinding – naast voedsel in blik en vreemdgaan – op: de guillotine. Koppen zullen rollen! Al is het maar omdat dit een goede gewoonte is als er een nieuwe dictator is de aanwezige koppen niet knap genoeg zijn gebleken om Renault naar voren te brengen. Tijd voor de bezem en het hakblok.

Een belangrijk onderscheid hierbij is dat Renaults Formule 1-team twee takken telt: de motorafdeling in het Franse Viry-Châtillon en de rest in het Engelse Enstone. Types als Nick Chester en Alan Permane hebben aan die laatste kant van het kanaal hun sporen wel verdiend, maar: het is schikken of het schavot.

Lees ook: Zomerrapport – Renault: ‘Meer diepte- dan hoogtepunten’

Renault heeft flink geïnvesteerd in de (inmiddels) state of the art fabriek in Enstone.

Ik wil namelijk een nieuw technisch directeur – en eigenlijk Adrian Newey, maar hij heeft volgens wilde geruchten al eens bedankt, en alle vaste waarden liggen vast. Zodoende peuter ik Aldo Costa of Geoff Willis en al hun kennis weg bij Mercedes – waar ze de technische nummers twee en drie zijn – om de nummer één te worden.

Zo maak ik luid en duidelijk wie waarover de baas is – want ingewikkelde managementstructuren werken niet. Maar zodra het guillotinebloed is weggeboend, cultiveren we een omgeving waarin (zoals bij Mercedes en McLaren, de Renault-klant die het fabrieksteam klopt) geen angstcultuur geldt, geëxperimenteerd kan worden. De mooiste en grootste werkkamers zijn voor de teams (ja, meervoud) die aan de 2021-auto werken.

Parkeerplaats
Dan naar Frankrijk. Als fabrieksteam wil je je chassis en motor onder één dak of minstens dichtbij. De kanaaltunnel doortrekken is echter wat overdreven, dus zet ik de deur in Viry maar wagenwijd open.

Ilmor, Cosworth, adviseurs en wie maar van Mercedes, Ferrari of zelfs Honda wil overkomen: welkom! U wordt goed betaald, er is parkeerplaats zat – wat ook part of the problem is op deze onderbezette afdeling. Rémi Taffin, de jarenlange motorbaas, krijgt voorlopig echter geen privéparkeerplek meer; eerst resultaat.

Ricciardo’s prijskaartje is op de baan eigenlijk niet te rechtvaardigen voor Renault.

Over goed betaald gesproken: Daniel Ricciardo – goede coureur, top gast – mag blijven. Maar als hij weg wil, prima, want gevoelsmatig is de kans klein dat hij na 2020 nog bij Renault rondloopt en een vertrek geeft financiële speelruimte. Met Nico Hülkenberg ga ik niet door; liever een Mercedes-afvaller als Valtteri Bottas of Esteban Ocon (liever Bottas). Al zijn de coureurs in zekere zin secundair in wat wéér een tussenjaar wordt.

Project 2021
2021 is namelijk het jaar van de grote regelrevolutie en dus Renaults beste (enige, zou een cynicus zeggen) om in één keer aan te haken. De tijd voor ‘project 2021’ begint echter nu al te dringen. Eigenlijk is dat Renaults grote probleem: de tijd tikt al nadrukkelijk weg, Renault ligt ogenschijnlijk niet op koers voor 2021 en zeker een deels door de staat en bestuursraad bestuurde boot is moeilijk te keren.

Natuurlijk, de beste stuurlui staan aan wal, maar met deze uitgestippelde vaarroute moeten Renaults roergangers een heel eind komen, toch? Eén ding staat in elk geval vast: zolang Renault de huidige koers volgt, komt het nergens. Dan strandt het in ambities.

Lees ook: Weblog: Renault moet over de toekomst (en Abiteboul) nadenken