Christijan Albers zat eind 2000 na een mislukt Formule 3000-avontuur zo goed als aan de grond. Zijn Formule 1-droom leek aan diggelen te liggen, geld had hij niet. Op de bonnefooi toog hij naar Oostenrijk, waar een paar dure avonden stappen met de Mercedes-top zijn loopbaan nieuw leven inbliezen. “Ik kon die hotels niet betalen, dus sliep in de huurauto.”

In de FORMULE 1-podcast Paddockpraat vertelt Albers uitgebreid en open over zijn carrière. Al voor hij de Formule 1 bereikte (de Nederlander reed 46 Grands Prix) beleefde hij de nodige hachelijke avonturen. Zoals na zijn Formule 3000-seizoen in het jaar 2000, waarna hij zonder zitje zat – en zonder geld.

Lees ook: Christijan Albers had Caterham graag overgenomen: ‘Als een team mij vraagt, zeg ik meteen ja’

Nadat zijn management hem ‘als een baksteen’ liet vallen en een trip naar Japan niets opleverde, besloot Albers het heft in eigen handen te nemen. Met hulp van een kleine lening. “Ik moest ergens zelf de mogelijkheid creëren een stoeltje te krijgen. Toen heb ik vijfhonderd euro geleend van mijn opa en een ticket gekocht naar Innsbruck.”


Christijan Albers Mercedes

Haug met Albers. Foto: Motorsport Images.

Wat hij in Oostenrijk moest? Netwerken. Zo zou je het althans kunnen noemen. Mercedes’ motorsportchef Norbert Haug (de Toto Wolff van de jaren nul) was er. Net als de andere grote Mercedes-meneren Gerhard Ungar, Hans-Jürgen Mattheis en Wolfgang Schattling. “Dat was een gezelschap dat altijd met elkaar omging, alle grote mannen bij elkaar. Ik moest daar elke avond stappen met Norbert Haug”, herinnert Albers zich.

Lees ook: Albers en Doornbos samen in één team: hoe de onvrede groeide en escaleerde in 2005

‘Drie nachten op een parkeerplaats’

Maar verschil moest er zijn, met de toen twintigjarige coureur die niet op te grote voet kon leven. “Zij bleven in hotels die ik niet kon betalen, dus ik sliep in mijn huurauto”, kan hij er nu om lachen. “Ik geloof dat ik drie nachten in die huurauto heb geslapen. Het was de enige auto op de parkeerplaats waar geen sneeuw op lag, want ik moest ’s nachts de motor laten draaien.”

’s ochtends reed Albers dan naar de benzinepomp. “Om die auto weer vol te gooien voor veertig Oostenrijkse schilling, ofzo.” En dan was het ’s avonds weer stappen. “Op die laatste avond had ik al mijn moed verzameld. Het was vier uur ’s nachts en toen zei Haug: oké, we geven je nog een kans en gaan bepalen of we je een contract geven voor in de DTM.”

Er volgde een merkwaardige test, maar Albers imponeerde. En inderdaad: het leverde hem een DTM-contract op. Albers reed vier jaar in de Duitse toerwagenklasse, wat hem vervolgens in de Formule 1 bracht.

Lees ook: Flashback ’05: de eerste race van Christijan Albers, welkom in de slangenkuil die F1 heet

Deel 1 en deel 2 van de FORMULE 1-podcast Paddockpraat met Christijan Albers luister je hier! Albers vertelt over zijn avonturen voor, na en in de Formule 1 en zijn gespannen relatie met toenmalig teamgenoot Robert Doornbos. “Na vijf, zes races begon het me te irriteren.”

Deel 1

Albers over DTM-jaren: ‘Ik bezorgde Schneider veel stress’


Deel 2

Albers in de F1: Van de Minardi-jaren tot het Spyker-drama tot ‘de brandstofslang’