*

Preview Indy 500: Doornbos over VeeKay’s vierde startplek, kansen, crashen en Alonso

Daan de Geus

Daan de Geus

23 augustus 2020 07:00

Preview Indy 500: Doornbos over VeeKay’s vierde startplek, kansen, crashen en Alonso
Indycar Media

Zondagavond is het zover en wordt de Indy 500 verreden. Niet in mei, zoals traditie is, en helaas zonder fans, maar mét de Nederlander Rinus ‘VeeKay’ van Kalmthout als vierde op de grid. Robert Doornbos, in 2009 deelnemer aan de Amerikaanse autosportklassieker, over de kansen van VeeKay, outsiders en usual suspects, crashen, en wat Indy zo bijzonder maakt.

“Ja, lekker joh”, reageert Doornbos enthousiast als hij de telefoon opneemt en we zeggen dat het graag over de Indy 500 willen hebben. “Dit is voor mij altijd één van de highlights van het jaar.”

Rinus VeeKay start de race zondag als vierde. Hoe knap is dat?
Robert Doornbos: “Heel, heel knap. De eerste races zijn denk ik wel een eye opener geweest voor hem wat betreft hoe groot de stap naar de Indycars is. In Europa is het goed geregeld met de Formule 4/3/2/1, maar de stap van de Indy Lights naar Indycar is enorm. Bij Ed Carpenter Racing (ECR) zit hij wat dat betreft echter wel bij het juiste team.”

“ECR specialiseert zich in ovals (kombanen). In mijn tijd was dat al zo. Ed Carpenter en zijn team zijn vaak outsiders op normale circuits en korte ovals, maar op grote ovals ijzersterk. Ze bouwen altijd een hele speciale auto op voor het Indy-weekend. Maar: je moet natuurlijk nog wel presteren als coureur en dat heeft Rinus honderd procent gedaan! Ik ken z’n vader trouwens beter dan ik Rinus ken, maar die zal ook wel heel trots zijn. Rinus zelf moet zich nu gewoon focussen op de race, want er is geen grotere race op aarde dan de Indy 500.”
Lees ook: Wie is Rinus VeeKay, de Nederlandse tiener die de Indy 500 als vierde start?
(Tekst loopt door onder de foto)

VeeKay start de race vanaf de vierde plek, als beste Rookie én beste Chevrolet-rijder.

Marco Andretti staat op pole. Hij was in jouw tijd een grote belofte, maar het is er nooit echt uitgekomen, hè? En nu ineens op pole…
“Ja, die begon al wel eerder dan ik hoor! In 2006 had ie zo’n beetje de beste Indy ooit. Zijn eerste, en hij won bijna, maar werd op de streep nog gepakt (door Sam Hornish Jr., red.). Met zo’n tweede plek ben je in elke andere race blij, maar op Indy wacht alleen de winnaar eeuwige roem. De nummer twee en drie worden vergeten.”

“Marco is derde generatie Andretti en moest het even gaan doen in de Indycars. In het klassement komt hij de laatste jaren niet echt mee, maar hij heeft wel de naam, kan zo sponsoren vinden en krijgt het dan wel weer op de rit. Indy is daarbij echt een weekend waarop ze focussen bij Andretti Autosport, een soort WK op één dag. Dat zie je wel aan hoe er vier Andretti-auto’s bij de eerste negen staan.”

Lees ook: Indycar: VeeKay vierde en op tweede rij, Andretti op pole voor Indy 500

Fernando Alonso, met Arrow McLaren SP, staat 26ste. Wat kan hij van daar?
“Hij is op jacht naar de triple crown, de ereprijs voor het winnen van Le Mans, Monaco en Indy. Le Mans en Monaco heeft ie twee keer gewonnen, wat super knap is, maar de Indy 500 is echt wat bijzonders. Mensen blijven er voor terugkomen. Kijk naar Tony Kanaan, de winnaar van 2013, die voor z’n negentiende keer meedoet. Of drievoudig winnaar Hélio Castroneves die al bij nummer twintig is. Hem zomaar even winnen terwijl je ‘m als one-off doet en geen échte oval-ervaring hebt, is echt heel moeilijk. Zelfs al heet je Alonso.”

Alonso heeft nog geen heel lekkere tijd op Indianapolis.

“Wat het nu lastig maakte voor Alonso, is dat hij al op de tweede dag in een training crashte. Dan loop je daarna achter de feiten aan. Je auto wordt namelijk nooit meer zo goed als ie eerst was. Ik heb dat zelf in 2009 meegemaakt, toen ik ook crashte tijdens een training. Daarvoor reed ik toptien-tijden, daarna kwam ik er niet meer aan. De auto voelde gewoon niet meer hetzelfde. Teams werken immers maanden op de fabriek aan een auto, kijken naar alle details, gaan héél diep. Als je dan crasht, lukt het nooit meer om hem in een garage in Gasoline Alley op circuit net zo goed op te bouwen. Alonso’s eerste ‘500’, in 2017, was héél goed. Die race pace toen met zo weinig ervaring: wat een baas. Maar ja, toen hield ie z’n auto de hele maand uit de muur. Het beste wat ie nu kan doen, is aanhaken bij Kanaan die bij hem in de buurt staat en zorgen dat ie er op het eind nog bij zit.”

Zijn er verder nog coureurs waar jij zondag extra op let?
“Qua rookies is het altijd lastig inschatten, maar Alex Palou doet het met de zevende startplek ook goed. Van Penske, een absoluut topteam, staat niemand bij de eerste tien. Verbijsterend. Toch mag je al die jongens nooit uitvlakken. Misschien komt hun auto wel tot leven in de race.”

Doornbos in 2009 met tweevoudig Indy 500-winnaar Arie Luyendyk, die nu VeeKay bijstaat.

“Verder zijn het the usual suspects: Ryan Hunter-Reay gaat altijd goed op Indy, Scott Dixon is vijfvoudig Indycar-kampioen en daar moet je dus gewoon rekening mee houden. Takuma Sato staat ook mooi vooraan. Hij won ‘m in 2017 en kwam in 2012 heel dichtbij. Hij begrijpt het spelletje wel, inmiddels.”

Er zijn dit jaar geen fans bij de Indy 500. Is het zo nog wel the greatest spectacle in racing?
“Ja. Het blijft een unieke race met de auto’s die zo extreem worden opgebouwd en die enorme snelheden – richting de vierhonderd kilometer per uur! Verder zijn alle clichés waar die je rondom Indy hoort. Als je aankomt op circuit en je ziet het oude stadion, gaat onder de tunnel door en komt op Gasoline Alley waar de pitboxen zijn: kippenvel man.”

“Indy is net als Le Mans een race waar je echt naar opbouwt – normaal met the month of May, nu met een paar weken in augustus. Natuurlijk mis je het publiek. Zonder fans is het al flink spannend als je met 380 op de teller op bocht één afgaat en instuurt. Maar met fans op de tribune wordt die bocht zoveel ‘kleiner’. Het lijkt wel of de fans óp de baan zitten. Het voelt dan met insturen echt alsof je je auto een brievenbus in moet mikken.”

De Indy 500 is zondag 23 augustus vanaf 19:00 te zien bij Ziggo Sport Racing, met commentaar van René Hoogterp en Robert Doornbos.

Lees ook: VeeKay: ‘Het wordt een hele aparte eerste Indy 500 zo zonder publiek’