*

Grosjean: ‘Mijn lichting heeft nooit een kans aan de top gekregen’

Daan de Geus

Daan de Geus

23 november 2020 09:43

Grosjean: ‘Mijn lichting heeft nooit een kans aan de top gekregen’
Motorsport Images

Wat hebben Romain Grosjean, Nico Hülkenberg, Sergio Pérez en Paul di Resta gemeen? Ze begonnen allemaal met indrukwekkende cv’s op zak tussen 2010 en 2012 aan hun Formule 1-carrières, maar kregen volgens Grosjean alle drie nooit echt de kans bij een topteam.

Lees ook: Grosjean rijdt met negen vingers naar P9

Oké, Grosjean nam in 2009 met een kleine handvol races natuurlijk al een voorschotje op hoe zijn Formule 1-loopbaan in 2012 pas écht begon, maar dit trio heeft hun belofte uit de opstapklassen nooit echt waar kunnen maken. Want hun erelijsten mogen er zijn: ze wonnen alle drie de Europese Formule 3 en Hülkenberg en Grosjean volgden dat op met GP2-titels, terwijl Di Resta DTM-kampioen werd.

“Die generatie die in 1986, 1987 is geboren – Hülkenberg, Di Resta, ik en zelfs in zekere zin iemand als Sébastien Buemi – kwam echter in de Formule 1 op een moment dat alle topzitjes bezet waren”, stelt Grosjean in de In the Pink-podcast van Natalie Pinkham.

Grosjean en Hülkenberg.

“De oudere gasten wilden de Formule 1 toen nog niet verlaten, terwijl kort na ons weer een jongere garde kwam. Zo hebben we nooit echt de kans gekregen”, meent Grosjean. “Het is echter wat het is, je hebt daar zelf geen controle over”, kan hij het ook wel weer relativeren.

Van het clubje Grosjean, Hülkenberg, Di Resta en Buemi, deed Grosjean het overigens nog het best in de Formule 1. Hij verzamelde tien podiumplekken, terwijl het ereschavot buiten bereik bleef voor de andere drie.

Grosjean scoorde zijn tien podiumplaatsen allemaal voor Lotus, waarvoor hij van 2012 tot en met 2015 reed. In het begin was Lotus een subtopper, maar het zakte flink af door financiële problemen. “Dat is eigenlijk wat ik het meest jammer vind, als ik terugkijk”, zegt Grosjean. “Na een briljant 2013 bevond Lotus zich echt op de weg naar boven, maar in 2014 ging het feitelijk failliet.”

Grosjean kreeg toen, in tegenstelling tot teamgenoot Kimi Räikkönen, niet de kans de move naar een topteam te maken. “Ik bleef bij Lotus en daar ging het bergafwaarts. Als je dan een tijd voor een team hebt gereden dat achteraan rijdt, is het moeilijk weer terug naar voren te komen.”

Lees ook: Grosjean: ‘Als Haas voor twee rookies kiest, mooi voor hen en ik wens ze het beste’

Grosjeans tijd bij Haas komt na dit jaar ten einde.

Na zijn tijd bij Lotus ging Grosjean in 2016 het avontuur aan bij het Amerikaanse Haas. Daar rijdt hij nu nog voor, al zijn de aankomende drie races zo goed als zeker zijn laatste in de Formule 1, met Haas dat in 2021 niet met hem doorgaat.

“Tien jaar in de Formule 1 is alsnog geweldig”, prijst Grosjean zich gelukkig, ook omdat hij voor zijn gevoel heeft bereikt wat hij wilde bereiken en er steeds het uiterste uit heeft gehaald. “Natuurlijk: je wil altijd kampioen worden, maar ik heb wel geleerd dat je zonder het juiste materiaal geen kans maakt.”

“Hopelijk is dat in de toekomst anders”, doelt de Fransman op de regelrevolutie voor 2022 die het veld gelijk moet trekken. Dat is niks tegen Mercedes (‘want zij doen absoluut een geweldige job’) maar voor de sport zou het volgens hem beter zijn als er niet één team is dat domineert.

Lees ook: Grosjean wil na de F1 wel met Peugeot naar Le Mans: ‘Een zeer interessant project’